maandag 15 augustus 2022

Eerder dan gedacht, op donderdag 28 juli, vertrekken we weer richting Spanje. Na bijna 1400 km overnachten we in La Puebla de Arganzón, in een heel oud gebouw tegenover de kerk. De hele bevolking van het ontzettend leuke ministadje lijkt op het terras tussen hotel en kerk te zitten om wat te eten en te drinken. Het is er erg gezellig.

Na nog eens 650 km komen we aan in Vigo. De boot ligt er prima bij. De temperaturen liggen hier ook rond de dertig graden. Warm dus! Gelukkig koelt het ‘s avonds goed af. Maar er is werk aan de winkel: log repareren, huikje van het grootzeil stikken op de meegenomen naaimachine, klittenband kopen (ze hebben hier nog fourniturenwinkels!) en op de afdekflap stikken, genua en stormfok eropzetten, bevestigingshaken van de zonnetent vervangen enz. We maken een proefvaart, de boot komt niet op snelheid, en het grootzeil lijkt niet maximaal omhoog te komen. Dat betekent 1) met de duikuitrusting onder water kijken wat er aan de hand is,

en 2) de mast in. De schroef, en ook een deel van het roer, blijkt weer vol mosselen te zitten. Op zich is dat niet raar, want de ria’s hier zijn bekend om hun mosselcultuur. Dus steekmes mee, en bikken maar. Dat zal ongetwijfeld helpen. Met het grootzeil lijkt weinig aan de hand.

Marina Punta Lagoa, Vigo
Tussendoor fietsen we wat. Alles is hier heuvelachtig, met soms hele steile stukken. Zoals het stuk weg dat je altijd moet fietsen om überhaupt uit de haven weg te komen. Mijn Bromptonnetje schakelt echter beroerd. Uiteindelijk moeten we in Nederland een nieuwe shifter voor de naafversnelling bestellen. Dus we zullen de komende week in de Ria de Vigo blijven tot het ding gearriveerd is. Geen ramp, want we liggen hier prima, en ook in de omgeving is genoeg te zien.

In Vigo zelf, op het Plaza Puerta del Sol, bij de oude stad met zijn smalle, steile straatjes en leuke pleintjes, staat hoog op een sokkel het standbeeld El Sireno, van Francisco Leiro. Ook Bouzas, de oude visserswijk, is erg leuk. Vanaf het castro, bovenop de heuvel, heb je prachtig zicht op de ria de Vigo.




Zaterdags nog maar eens een proeftocht. De schroef loopt nu prima, en we zeilen een paar uur met een prima windje de ria uit en weer in. Alleen zien we af en toe helemaal niets vanwege de zeemist die binnentrekt.







Dat blijft een aantal dagen zo. Als die blijft hangen is het gewoon fris op de boot. Maar als we  een tochtje maken met de auto is het een paar kilometer van de ria al 25 graden, en een stukje verder, zelfs op hoogte, meer dan dertig. Over kleine weggetjes rijdend door een prachtig landschap komen we in Mondariz Balneario. Een 19e eeuwse thermale badplaats. Een wandeling langs de ria Téa brengt ons bij het Praio do Val, een strandje aan de rivier, waar we lunchen. Op de terugweg langs de rio Minho. Bij terugkomst is het in de haven zo’n 23 graden. Heerlijk!!!!


En zo brengen we de eerste twee weken door: met fietsen, een tochtje de binnenlanden in, of zeilen. Het zeilen op de ria is een genot als je het vergelijkt met het zeilen buitengaats. Er staan nauwelijks golven, dus je vliegt over het water. Uiteraard kun je vanwege de vele ondieptes en uitstulpingen van de kust niet ongestraft tot dicht bij de kant, dus het is goed voor onze zeilvaardigheden zoals overstag gaan en gijpen. 

We bezoeken Ribadavia, een stadje met een historisch centrum, waaronder een Joodse wijk. Huizen met arcades, kerken en een klooster uit de 12e/13e eeuw, smalle straatjes. Onder een van de arcades genieten we van een geweldige lunch, met een soort carpaccio van heek, en tonijn op een watermeloensalade. In Arnoia, alweer een thermale badplaats, wandelen we langs de rio Minho, en plukken bramen. Op de terugweg een prachtig uitzicht op de diepe dalen van de Minho. In de binnenlanden is het warm, in de ria, waar een flink windje staat, een stuk koeler. 





‘s Nachts arriveert een motorboot. Heeft nogal wat motorvermogen, zo te horen. Blijkt ‘s ochtends het “bijbootje” te zijn van de Hemisphere, een catamaran van 24 meter, die op Sicilië ligt. Het geheel kun je uren voor een slordige €200.000 per week!

Hopelijk komt binnenkort het bestelde onderdeeltje aan. Dan kunnen we op pad om de andere ria's te verkennen.

donderdag 12 mei 2022

Algarve - Galicia: etape 3, van Porto naar Vigo

De volgende haven die we gaan aandoen is Póvoa do Varzim. Hier zijn we niet eerder geweest. Slechts 13 mijl van Leixões. Tegenwind, niet al te veel, wel een hele knoop stroom tegen, en opeens enorme mistbanken. We zien niet veel, varen op de elektronische kaart én op de radar. Na zo’n 2,5 uur naderen we de noordpier van de haven. Het zicht is echt héél slecht. Nergens een rood/witte lichtopstand te zien, laat staan een rood licht. Opeens, op een paar meter afstand, doemt de pier voor ons op, het licht hadden ze maar niet aangestoken. Het had niet veel gescheeld of we hadden er bovenop gezeten. De haven van Póvoa heeft een nieuw deel aan de noordkant, dicht bij de vissershaven. Vanaf het receptieponton worden we er door een marineiro met zijn rubberboot heengebracht. En later nog eens heen en terug voor het papierwerk. De voorzieningen zijn alleen nog maar in het oude, zuidelijke deel. Mega ver weg. Maar je kunt wel de marineiro oproepen om je er heen te varen. Nou ja, dan doen we alles maar aan boord.We zullen hier wel even blijven, want er wordt weer dagenlang harde noordenwind voorspeld. Póvoa de Varzim staat niet te boek als spectaculair, maar er is toch, zoals altijd, het nodige te zien. Veel kerken natuurlijk, waaronder één met een vuurtoren er aan vast, een fort, oude markthallen, veel karakteristieke gebouwen (daartussen ook lelijke nieuwbouw), én een casino. Póvoa blijkt een belangrijk gokcentrum te zijn geweest (en is dat misschien nog wel). 




Op de boulevard overal van die gekke boompjes met rode pluizen. Callistemon citrinus, oftewel, rode lampenpoetser:

Er zijn de nodige fietsroutes ontwikkeld. Door de stad, maar ook naar buiten. Je kunt er kilometers langs de zee fietsen. Zondags gaan we eerst noordwaarts, en dan zuidwaarts naar Vila do Conde, een oud vissersdorp aan de rivier de Ave. Het stadje ligt tegen Póvoa aan, maar is totaal anders van sfeer. De restaurantjes zitten bomvol met Portugezen die er met de familie aan de zondagse lunch zitten. Het hooggelegen klooster van Santa Clara, met daarbij de kerk van São Francisco, is enorm groot, en wordt momenteel verbouwd tot een vijfsterrenhotel. Daar zie je ook het 4 km lange aquaduct uit het begin van de 18e eeuw. Het loopt van een bron in Terroso naar de fontein!! van het Santa Clara klooster.




De Ecopista is een fietspad over een oude spoorlijn, dat o.a. van Póvoa naar Rates loopt. In Rates staat de Romaanse kerk van São Pedro de Rates, gelegen naast een plein met 18e en 19e eeuwse gebouwen, waaronder het oude gemeentehuis. Een hele leuke, historische plek. Op de terugweg harde wind tegen. Bij de boot waait het dat het rookt. Het is wel steeds prachtig weer, maar met de noordenwind tamelijk fris. 

Als we op pad gaan om met de metro (eigenlijk een tram) nog eens naar Porto te gaan, worden we geroepen door de marineiros. We moeten naar een andere ligplaats, want de baggermolen komt onze kant op om de haven uit te diepen. Tegen de tijd dat we weer vastgemaakt hebben, is het al na de middag, en slaan we het bezoek aan Porto maar over. 
Donderdag belooft een betere dag te worden om noordwaarts te gaan. Nog steeds noordenwind, maar een stuk minder hard. Het idee is om in één keer door naar Baiona te gaan, 50 mijl verderop. En dan hebben we Spanje bereikt. De Ria de Vigo is dan om de hoek. Dus we gaan donderdag weer héééél vroeg weg.

Weinig wind, vooral in het begin flinke deining, stroom tegen. Om 15.15 (Portugese tijd) liggen we heerlijk rustig geankerd voor Baiona. Mooi uitzicht! Het oude deel van de stad is erg leuk, maar wel een eind roeien. Het immens grote Castello de Gondomar herbergt een parador. Vanaf het terras prachtig uitzicht op de Ciés-eilanden, die vóór de ria de Vigo liggen. 
 

Het wordt steeds warmer, dus voor we naar Punta Lagoa vertrekken gaan we nog maar wat ankeren in de baai van Limens. Eerst treffen we in Baiona nog António en zijn familie, Portugezen die we eerder in de Rias Baixas hebben leren kennen en die hier hun boot hebben liggen. Het is zondag, en prachtig weer, en dan liggen er in Limens heel wat boten voor het strand voor anker. Maar ‘s avonds zijn we als enigen overgebleven. Prachtig uitzicht rondom, maar vooral op de overkant en de Ciés-eilanden voor de ingang van de baai. Af en toe hangen er wat nevels rond de bergen. Mysterieus!

 


Eenmaal mét de fietsen aan de kant met de bijboot - een hele onderneming - kun je helemaal langs de kust over een spannend paadje naar Cangas, één van de leukste stadjes van deze ria.
 
In het oude deel staan ‘casas de patín’, die typisch zijn voor Cangas. Het zijn oude visserswoningen die de trap aan de buitenkant hebben. Op het pleintje ervoor een heel bijzonder cruceiro. 

Maar het mooiste cruceiro van Galicia, het Cruceiro do Hio, staat in de Ria de Aldan. Daarvoor moet je wel oversteken naar de Ria de Pontevedra, één Ria noordelijker, maar dat gaat vanaf Limens, want je hoeft niet te veel heuvels over om daar te komen. Er heerst een enorme rust, net als in Limens. 

In El Con de Aldan eten we pulpo, één van de specialiteiten van Galicia. En daar drink je natuurlijk albariño bij, de lokale wijn. Allebei heerlijk!

 
Van Limens is het nog maar 6 mijl naar Punta Lagoa, waar we de boot laten liggen. Na 455 mijl zijn we aangekomen op de plaats van bestemming. Nu opruimen, en poetsen, en maandag naar huis. Dat betekent met de bus terug naar Porto, en van daar vliegen op Eindhoven. Verreweg de beste optie! Hopelijk in augustus pakken we de draad weer op.


vrijdag 29 april 2022

Algarve - Galicia: etape 2, van Sines naar Porto

De storm lijkt donderdag een rustdag te nemen. Althans voor een deel van de dag. We gaan proberen naar Cascais te komen, 53 mijl naar het noorden. Vijf uur op, om zes uur weg. Wind en 1 knoop stroom pal tegen. De stroom loopt trouwens bijna altijd N-Z, dus die kun je moeilijk ontlopen. En uiteraard nog vervelende golven door de storm van de vorige dagen. Het schiet niet erg op. Zeil op, en opkruisen dan maar. Nog steeds weinig snelheid. Na ruim 1.5 uur zijn we nauwelijks 4 mijl opgeschoten. En we zouden rond 12.00 uur bij Cabo Espichel moeten zijn. We zijn het snel eens: dat wordt omkeren. Dát zeilt natuurlijk wel prima. Maar ja, de verkeerde kant uit. Om 9.00 uur zijn we weer terug in Sines. Omdat er onderweg weer wat leermomenten zijn geweest (een schoot die blijft haken achter een blok, en achter de houder van de lierhandel op de mast, de bakstagen die makkelijker weggehaald zouden moeten kunnen worden, plús een compleet opengescheurd grootzeilhuikje (het is namelijk niet zo verstandig het grootzeil te hijsen als het huikje er nog overheen zit), hebben we weer genoeg werk voor de komende dagen. En als het meezit, zijn de omstandigheden zondag echt beter.




Sines heeft trouwens een heel leuk stationsgebouw. Niet meer in gebruik, want er rijden geen treinen meer. 

Volgens de weerkaarten komt er vrijdag een trog over. Dat blijkt aardig te kloppen, want het regent en waait als een gek. In deze haven komt nogal wat deining tussen de pieren naar binnen, dus de boot schokt en schudt ondanks de vele lijnen waar ie aan vast ligt.




Een nieuwe poging om  Cascais te bereiken op zondag. Weer om zes uur weg. Niet veel wind, maar forse deining. We kiezen een route meer langs de kust, om te profiteren van de neer die daar zou moeten staan. Dat werkt, we lopen nu voortdurend zes knopen of meer. Prachtig weer, dus goed zicht op Cabo Espichel. Onderweg zien we veel Jan-van-genten en ook de nodige dolfijnen. Om vier uur liggen we voor anker in de baai van Cascais.

Cabo Espichel

In Sines hebben we contact gehad met de Noor Petter en zijn bemanning van de Ebene. Hij is op weg naar Toulon, en wil eerst via Cadiz naar Gibraltar. Bij zijn eerste vertrek uit Sines een week eerder kwam de boot snel terug in de haven: lijn in de schroef. Zondagavond zien we op MarineTrafic dat de Ebene naar Barbate wordt gesleept door Salvamar. We vrezen het ergste, en ja hoor, op de Facebookpagina Orca Encounters lezen we dat ze gedurende 45 minuten zijn aangevallen door vijf orca’s. Het hele roer is naar de filistijnen. Bij een tweede boot, die na hun is aangevallen, hetzelfde verhaal. Dit gebied voor Barbate in de straat van Gibraltar is op dit moment de plek waar de orca’s zitten, vanwege de tonijn die hier rond zwemt. Iedereen die die kant uit moet of wil heeft de zenuwen.

Na Cascais maken we nog drie lange dagen, want de wind komt deze dagen tenminste NIET uit het noorden, en komen dan, via Nazaré en Figueira da Foz in Porto aan. Af en toe kan het voorzeil op voor wat extra snelheid. Alleen ongeveer de helft van de 67 mijl naar Porto (of liever gezegd naar Leixões) hebben we een fijn halfwinds koersje en kunnen we heerlijk zeilen. Dinsdagmorgen een aantal buien, ‘s middags weer een lekker zonnetje. Boven land zie je wel steeds prachtige wolkenluchten. In vier dagen 227 mijl afgelegd.
Cabo Carvoeiro, bij Péniche

Nadering Figueira da Foz



We fietsen langs de Douro naar Porto. Een prachtige tocht, maar is wel zo’n 1,5 uur fietsen. We gaan de zogenaamde Eiffelbrug (Ponte Luis I) over naar de linkeroever, waar alle port- en sherryhuizen gevestigd zijn. En dat zijn er nogal wat. Het is een heel gezellig gebied, met de nodige terrassen waar uiteraard geproefd kan worden. Een specialiteit hier is de pastel de bacalhau, waar ook kaas en port in zit. Terug aan de overkant lopen we door Ribeira, met zijn smalle straatjes. Het is al aardig druk, en in de stad behoorlijk warm. We zien o.a. de Via das Flores, de Igreja en Torre dos Clérigos, de Igreja de São Francisco (compleet verguld van binnen) en de Igreja do Carmo met zijn azulejos. De meeste plekken hebben we tijdens ons eerste bezoek in 2019 al bezocht. 




Terug over de Avenida da Boavista, waar het Casa da Música staat, ontworpen door Rem Koolhaas.



De volgende dag helemaal langs de kust naar het noorden. Veel leuke uitzichtpunten en plekjes. We zien een flink aantal pelgrims die de Camiño lopen. Van hier gaan we eerste verder naar Povóa do Varzim. Een tochtje van zo’n 12 mijl dat ook met tegenwind te behappen is. 


Wordt vervolgd.

dinsdag 19 april 2022

Algarve - Galicia: etape 1

Op woensdag 6 april vliegen we terug naar Faro, heel toevallig samen met Anton en Gerda van de Divine, die tegenover ons staat bij Nave Pegos. In een uurtje wandelen we van het vliegveld naar Faro. Wel even wennen aan de warmte! 
We maken een afspraak voor tewaterlating op maandag 10 april. Hoogwater is rond twaalf uur. Vier dagen om de zeilen erop te zetten, lijnen in te scheren, bijboot op het dek leggen, én om de spullen te installeren die we op hebben gestuurd. Nave Pegos komt vragen of we maandag wel het water in willen: er wordt storm en regen voorspeld. Ja dus, we willen geen tijd verspillen.
Vrijdag eind van de middag komt de kraan. 's Ochtends oefenen we met het kantelen van het mastje waar de radardome, wifiversterker, windmeter en de nodige antennes op staan. De kraan kan namelijk niet over dat mastje heen, dus het moet een stuk zakken. Een hele operatie. Het oefenen gaat niet echt goed, dus er worden nog wat extra lijntjes gemonteerd. Voor het echie gaat het prima gelukkig. Tijd genoeg nu om de plekken op het onderwaterschip waar nog antifouling op moet te verven. 

We hebben geluk bij de tewaterlating: om half negen beginnen ze met onze boot, en om half tien varen we al. Het weer is nog prima. Martin begeleidt ons weer tussen de staken door naar ton 23. Dan door naar Culatra, waar we twee dagen ankeren en de nodige wind en buien voor de kiezen krijgen. Er ligt (waarschijnlijk al wat langer) een zeilbootje waarmee het niet helemaal goed is gegaan.

Woensdags gaan we op pad, al bij het ochtendgloren. Wind tegen natuurlijk. We gaan maar eens naar Albufeira, waar we nog nooit zijn geweest. Hardstikke toeristisch, en nu al best druk, maar de kust en het historische centrum zijn echt wel leuk. Alleen ligt de stad op een tamelijke bult, dus we trappen ons te barsten.

Een prima zeiltocht brengt ons op vrijdag naar de baai van Sagres, waar we voor anker gaan. De volgende dag vroeg op, zodat we om 06.00 uur al richting Cabo Saõ Vicente gaan. De complete tocht van 50 mijl naar Sines wind tegen, maar het waait niet ál te hard, dus het is te doen. Eigenlijk willen we zondag gelijk door naar Sesimbra, 35 mijl naar het noorden, maar de haven blijkt vol, dus dat gaat niet door.

Voor de Pasen hebben we, bij gebrek aan paaseitjes,
folar de Olhaõ gekocht, één van de zeven "marvilhas doces" (zoete wonderen) van Portugal. Deeg in laagjes, met ertussen een soort suikerstroop met kaneel erin. 

Het is prachtig paasweer, er liggen zelfs al mensen op het strand waar we op uitkijken.


Maar..... de komende week belooft niet veel goeds qua wind. Het gaat dagenlang flink stormen, met name voor de kust bij Cascais/Lissabon, waar we naar toe moeten. We tekenen dus maar wat dagen bij in Sines. Het is laagseizoen, dus de prijzen liggen enorm veel lager dan in tussen- of hoogseizoen. Iedere dag besteden we de nodige tijd aan de analyse van alle weerinformatie die we kunnen krijgen. 

Maandag gaan we op de fiets naar Porto Covo, een leuk vissersplaatsje ten zuiden van Sines. Na de aardbeving van 1755  is het dorp door de Marquis de Pombal, die ook Vila Real de San Antonio aan de Guadiana (met een heel strak stratenplan) heeft ontworpen, weer opgebouwd. Heen gaat als een speer, terug is het tegen de wind op boksen. Mooie kust, in zee wordt veel gesurfd.







Sines zelf heeft een middeleeuws kasteel, met daarnaast de Igreja Matriz de Saõ Salvador, smalle straatjes, én de Capela de Nossa Senhora das Salvas. Het stadje ligt hoog, dus overal prachtig uitzicht over de baai. Het is ook een van de grootste commerciële havens van Portugal.



Vasco da Gama is hier geboren, vóór het kasteel staat zijn standbeeld.

Nu maar kijken wanneer we hier wegkomen. Hopelijk donderdag, en anders wordt het zondag. 
Wordt vervolgd.