maandag 12 september 2022

Ria de Arousa

De 21 mijl naar de Ria de Arousa leggen we overwegend zeilend af. Eventjes moet de motor bij. In de baai van Pobra do Caramiñal laten we het anker vallen. Een leuk plaatsje, met een prachtig oud gedeelte rond de kerk. 


De volgende dag doen we maar gelijk de wandeling naar de “piscines naturales”, hele mooie natuurlijke poelen in de rio Piedras. Helaas heeft op de hellingen er rond omheen een grote brand gewoed.





De dag erna regent het ‘s ochtends. We hadden met de bijboot brood willen halen, maar dat is nu niet erg aantrekkelijk. Dus wordt een pannenkoek gebakken met de zelf geplukte vijgen. We verzamelen hier sowieso het nodige: bramen, druiven, appels, tamme kastanjes, perziken, en vijgen dus. Prima ontbijtje in elk geval!


Het wordt toch weer droog, en we fietsen langs de kust naar Escarabote  in het noorden van de ria. Voor zo ver dat gaat fietsen we de route van de camino. Een dag later, langs prachtige stranden via Palmeira naar het zuiden, naar Ribeira. 


Zicht op Palmeira

Overal langs de kant, én in het water, enorme rotsblokken. Daar staat deze ria om bekend: je kunt er absoluut niet vrijuit varen. Bovendien zijn de kaarten op dit punt ook niet altijd accuraat. 

Zie je in Galicia een zwarte truck, dan kun je beter maken dat je weg komt. Daar komt namelijk een overdekt podium uit, en dat betekent dat er een fiësta aan zit te komen. Vaak met harde muziek van 11 uur ‘s avonds tot een uur of 6 ‘s morgens. Nou, hier staat er één. En dat klopt, want zondag is de romería de la Virgen de Guadeloupe. De kerk staat een dorpje verderop. Vrijdags beginnen ze al te repeteren, en ‘s avonds gaat het los. Afgrijselijke muziek. Nu gaan we zaterdag sowieso verder, want we hebben een haven geboekt in Cabo de Cruz. Na twee weken ankeren willen we wel even schoon schip maken, en genieten van de faciliteiten van een haven. Zoals stroom van de wal. Bovendien gaat het nogal stevig waaien. Ankeren op zich is dan niet echt problematisch - ons anker houdt zich in het algemeen prima, ook in ruig weer - maar het is vaak heel lastig om met de bijboot (droog) naar de kant te komen, zeker als er flinke golven staan. 

De marina van Cabo de Cruz is prima. Alles tiptop in orde, fris, leuk gelegen. En goedkoper dan andere, veel minder verzorgde marina’s. Je kunt er een flink stuk langs de kust fietsen, langs de aan de strandjes gelegen authentieke visserswoningen, een natuurgebied, een oude, nog actieve scheepswerf, en een strand waar ze viveiros bouwen. Het is er extreem rustig. Sowieso is goed te merken dat de zomervakantie ten einde is. Op het strand, zo ongeveer in de zee, een cruceiro waarop o.a. de heilige Jacobus.


In de buurt van Cabo de Cruz

De weersvoorspellingen kloppen, en sinds zondag waait het megahard. Met ook nog een flinke plens water. Zo te zien is storm Danielle de boosdoener. Maar al met al slagen we er toch in te wandelen (in de zon, en gelijk warm) en te fietsen (wel drie keer op één dag drijfnat geworden). Het tochtje naar het “lochhead” (Komoot voert ons over leuke secundaire weggetjes) brengt ons eerst naar het schiereilandje waar het Castro de Neixón op ligt, met een grote en een kleine nederzetting uit 2e/3e eeuw BC. Een prachtige, afgelegen plek. 



Eenmaal over de brug buigen we af naar de petroglieven en de kapel van Bealo. Van die petroglieven is niet veel te zien, maar het is er enorm landelijk.

Inmiddels liggen we - met prima weer - voor anker op het Illa de Arousa, bij Punto Caballo. Een heel idyllisch ankerplekje, we lagen hier vier jaar geleden ook. Uitzicht op de vuurtoren, waar een prijzig restaurant in schijnt te zitten, én op een rots in de vorm van een kikker. 




Over de brug die het eiland met het vasteland verbindt fietsen we naar Cambados, dat over water niet te bereiken is vanwege de vele ondieptes die er voor liggen. Een leuk stadje met een prachtig plein, het Praza de Fefiñans, met gelijknamig Pazo, en de San Benito kerk. In het pazo zit nu een bodega waar de voor deze streek beroemde albariño gemaakt wordt.  We lunchen bij Marie José met mosselen en gefrituurde calamares  en natuurlijk zo’n glas heerlijke witte wijn (kost hier €1,90 , kom daar maar eens om in Nederland). Terug bij het pazo staat er een stoet tractoren met aanhangers, de kisten erop vol met witte druiven. Het is natuurlijk volop oogsttijd. 





restaurante Marie José

Een dag later, weer via allerlei lokale weggetjes, naar Villagarcia de Arousa. De terugweg leggen we zo veel mogelijk langs de kust fietsend af. In Villaxoan zien we de bekende zwarte tent staan. En ja hoor, een fiesta. Het is er ongekend druk. 

In Villagarcia de Arousa


Op het Illa de Arousa zelf doen we ook nog alle rondjes die er te maken zijn. O.a. naar het in het zuidelijk deel gelegen natuurgebied, O Carreiron. Overal afgelegen strandjes, en rotspartijen, waarover het leuk klauteren is.




Morgen gaan we door naar Santa Uxia de Ribeira, in het zuidwesten van de ria. Weer even een haven in, want de weersvoorspellingen zijn niet fantastisch. Als je trouwens op MeteoMarine zoekt naar het weer van Santa Uxia, of van Ribeira, vind je niks, terwijl overal op de kaarten staat dat het daar zo heet. Uiteindelijk kun je het vinden onder Santa Eugenia de Ribeira. Onder de Spaanse naam dus, Santa Uxia is Gallicisch. Je moet het maar weten!






woensdag 31 augustus 2022

Vigo - Ria de Pontevedra

Ook hier valt voor het eerst sinds lange tijd regen. Op maandagavond en dinsdagmorgen. En dat is het dan voorlopig weer. Maandag is Maria Hemelvaart, hier een grote feestdag,  in tegenstelling tot Hemelvaartsdag oftewel ‘s Heren Hemelvaart. Dan wordt er gewoon gewerkt. De Mariaverering is hier nogal groot. Ook de dinsdag is dit jaar alles dicht, maar volgens de marineiros is dat iets lokaals, typisch voor Vigo. In elk geval betekent het nog twee dagen langer wachten op ons pakketje. Al schijnt het wel al bij de lokale MRC Internacional te liggen. Volgens post.nl is het afgeleverd. Niet dus. We halen het -na een belletje door de marina- ‘s avonds zelf op bij de MRC vestiging in de stad. Nu maar kijken of onze chef montage de derailleur met kabel ook geïnstalleerd krijgt! Het lukt prima, en we maken een proeftochtje langs het Samilstrand en de Lagares naar het Pazo Quiñones de Leon,  met prachtige tuinen. 


Samilstrand

Op weg naar de Ria de Aldan werkt de wind niet erg mee. We willen zo veel mogelijk zeilen, maar uiteindelijk moet de motor toch aan. 

onderweg naar Aldan, langs de Costa da Vela

We ankeren voor het strand van Aldea Brava, halverwege de ria. Prachtig plekje en heerlijk zwemwater!! Op Punto Couso, waar we de volgende dag naar toe wandelen, heb je vanaf de rotsen een prachtig uitzicht rondom. Niemand hier, iedereen ligt aan het strand.


Een tochtje van 8 mijl brengt ons naar playa de Agra in de ria de Pontevedra. Een prima beschutte ankerplek voor een klein strandje. Overdag druk met boten en bootjes, ‘s avonds blijft daar heel weinig van over. Op de fiets langs de kust naar Sanxenxo, hét toeristisch centrum hier, en het veel rustigere Portonovo. Overal prachtige uitzichten.


Aan het eind van de dag een vast ritueel: zwemmen in het redelijk frisse water van de ria, en dan afspoelen in de kuip onder de buitendouche. Echt lekker! Het water is hier trouwens veel minder zout dan in de Middellandse Zee. In de ria's meer naar het noorden zal het zwemmen wel minder worden: je slaat er gelijk wit uit van de kou😰.

Het contrast tussen de drukte op de stranden en de rust in de binnenlanden is enorm. Op de Ruta dos molinos de Bordons y Borron komen we niemand tegen, behalve de bewoners van de dorpjes. De route voert langs wasplaatsen, molens en kerkjes. 
Van Agra varen we op Combarro, in de kop van de ria. Vorige keer ankerden we hier voorbij de nieuwe (dure) haven in de modder. Nu kiezen we voor een plekje vóór het kleine strandje aan de andere kant, voor de pier. Het waait twee dagen hard uit het noorden, maar we hebben geen last van deining. De avondluchten zijn vaak prachtig!

Combarro is  een erg leuk, oud stadje, bekend om zijn horreos (spreek uit óreos, met een rollende r). Dat zijn graanschuurtje op palen. Het staat er vol mee. Er staan oude, typisch Galicische visserswoningen, allemaal met de voorkant naar de zee gericht, en een aantal boerenwoningen die de andere kant op kijken. 


Op de fiets naar Pontevedra, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Volgens de gidsen heeft het de mooiste historische binnenstad van Gallicië. In elk geval is Pontevedra heel erg de moeite waard.

Praza da Leña
Shrine of the Virgin Peregrin


Vrijdag naar het Monasterio de Poio. Een mooie kloostergang met binnentuin. In de kloostergang o.a. een enorm mozaïk gemaakt van allerlei kleuren marmer dat de Camiño van Santiago voorstelt. Van vrij recente datum trouwens. In de kerk met het indrukwekkende altaar dat typisch schijnt te zijn voor de overgang van Renaissance naar Barok, is een trouwerij. Buiten spelen vier muzikanten in typisch Gallicische klederdracht volksmuziek. Inclusief doedelzak.
We lopen daarna net als een paar jaar terug de ruta dos moiños de Freixa, met oude, gerestaureerde watermolens. Het is er heel idyllisch. Ook nog een stuk van een mooi kustpad, waarbij je langs een plek komt waar in de 19e eeuw een inwoner van Campelo een soort oesterbank maakte. Indertijd werkten daar 50 mensen. En de opbrengst schijnt nogal hoog te zijn geweest.

Een tochtje van zo’n 7,5 mijl brengt ons naar Bueu, aan de zuidkant van de ria. Er worden westelijke winden voorspeld, en dan kun je daar goed liggen voor Punta da Robaleira. Het is een leuk stadje, en niet erg toeristisch. We ontdekken bij toeval de volgende dag de camiño do rio . Een wandelpad de berg op, dat we op de fiets doen. Ongerepte natuur, en authentieke dorpjes op de helling. Terug over een wat kleinere asfaltweg komen we langs de Capella dos Santos Reis, een 18e eeuwse kapel die in de 20e eeuw opnieuw is opgebouwd. 

Door naar het pittoresque Beluso, een plaatsje meer naar het westen. Daar vind je ook Casa da Roiba, een zeer origineel en duurzaam zomerverblijf gebouwd door de architect Molezún met als basis restanten van de oude fabriek waar vroeger vis ingezouten werd. 

Na het doen van de was (maandag wasdag!) en de boodschappen, maken we de wandeling naar Cabo Udra. Het pad loopt vlak langs de kust, over rustige strandjes en uiteindelijk langs Cabo Udra, de kaap tussen de ria de Pontevedra en de ria de Aldan. De Aldan-kant is ruig, de hellingen zijn bezaaid met grote rotsblokken. Het is een prachtige, maar vermoeiende tocht.



Morgen zeilen we naar de ria de Arousa, één ria noordelijker. Pobra de Caramiñal is het einddoel. 
Wordt vervolgd.


maandag 15 augustus 2022

Eerder dan gedacht, op donderdag 28 juli, vertrekken we weer richting Spanje. Na bijna 1400 km overnachten we in La Puebla de Arganzón, in een heel oud gebouw tegenover de kerk. De hele bevolking van het ontzettend leuke ministadje lijkt op het terras tussen hotel en kerk te zitten om wat te eten en te drinken. Het is er erg gezellig.

Na nog eens 650 km komen we aan in Vigo. De boot ligt er prima bij. De temperaturen liggen hier ook rond de dertig graden. Warm dus! Gelukkig koelt het ‘s avonds goed af. Maar er is werk aan de winkel: log repareren, huikje van het grootzeil stikken op de meegenomen naaimachine, klittenband kopen (ze hebben hier nog fourniturenwinkels!) en op de afdekflap stikken, genua en stormfok eropzetten, bevestigingshaken van de zonnetent vervangen enz. We maken een proefvaart, de boot komt niet op snelheid, en het grootzeil lijkt niet maximaal omhoog te komen. Dat betekent 1) met de duikuitrusting onder water kijken wat er aan de hand is,

en 2) de mast in. De schroef, en ook een deel van het roer, blijkt weer vol mosselen te zitten. Op zich is dat niet raar, want de ria’s hier zijn bekend om hun mosselcultuur. Dus steekmes mee, en bikken maar. Dat zal ongetwijfeld helpen. Met het grootzeil lijkt weinig aan de hand.

Marina Punta Lagoa, Vigo
Tussendoor fietsen we wat. Alles is hier heuvelachtig, met soms hele steile stukken. Zoals het stuk weg dat je altijd moet fietsen om überhaupt uit de haven weg te komen. Mijn Bromptonnetje schakelt echter beroerd. Uiteindelijk moeten we in Nederland een nieuwe shifter voor de naafversnelling bestellen. Dus we zullen de komende week in de Ria de Vigo blijven tot het ding gearriveerd is. Geen ramp, want we liggen hier prima, en ook in de omgeving is genoeg te zien.

In Vigo zelf, op het Plaza Puerta del Sol, bij de oude stad met zijn smalle, steile straatjes en leuke pleintjes, staat hoog op een sokkel het standbeeld El Sireno, van Francisco Leiro. Ook Bouzas, de oude visserswijk, is erg leuk. Vanaf het castro, bovenop de heuvel, heb je prachtig zicht op de ria de Vigo.




Zaterdags nog maar eens een proeftocht. De schroef loopt nu prima, en we zeilen een paar uur met een prima windje de ria uit en weer in. Alleen zien we af en toe helemaal niets vanwege de zeemist die binnentrekt.







Dat blijft een aantal dagen zo. Als die blijft hangen is het gewoon fris op de boot. Maar als we  een tochtje maken met de auto is het een paar kilometer van de ria al 25 graden, en een stukje verder, zelfs op hoogte, meer dan dertig. Over kleine weggetjes rijdend door een prachtig landschap komen we in Mondariz Balneario. Een 19e eeuwse thermale badplaats. Een wandeling langs de ria Téa brengt ons bij het Praio do Val, een strandje aan de rivier, waar we lunchen. Op de terugweg langs de rio Minho. Bij terugkomst is het in de haven zo’n 23 graden. Heerlijk!!!!


En zo brengen we de eerste twee weken door: met fietsen, een tochtje de binnenlanden in, of zeilen. Het zeilen op de ria is een genot als je het vergelijkt met het zeilen buitengaats. Er staan nauwelijks golven, dus je vliegt over het water. Uiteraard kun je vanwege de vele ondieptes en uitstulpingen van de kust niet ongestraft tot dicht bij de kant, dus het is goed voor onze zeilvaardigheden zoals overstag gaan en gijpen. 

We bezoeken Ribadavia, een stadje met een historisch centrum, waaronder een Joodse wijk. Huizen met arcades, kerken en een klooster uit de 12e/13e eeuw, smalle straatjes. Onder een van de arcades genieten we van een geweldige lunch, met een soort carpaccio van heek, en tonijn op een watermeloensalade. In Arnoia, alweer een thermale badplaats, wandelen we langs de rio Minho, en plukken bramen. Op de terugweg een prachtig uitzicht op de diepe dalen van de Minho. In de binnenlanden is het warm, in de ria, waar een flink windje staat, een stuk koeler. 





‘s Nachts arriveert een motorboot. Heeft nogal wat motorvermogen, zo te horen. Blijkt ‘s ochtends het “bijbootje” te zijn van de Hemisphere, een catamaran van 24 meter, die op Sicilië ligt. Het geheel kun je uren voor een slordige €200.000 per week!

Hopelijk komt binnenkort het bestelde onderdeeltje aan. Dan kunnen we op pad om de andere ria's te verkennen.