dinsdag 12 mei 2015
Belfast
Maandag met heel aardig weer op de fiets over de autovrije Comber greenway naar Dundonald om bij Down marine een reserve AIS-ontvanger te bestellen. Een piepklein winkeltje waar Kirk in de chaos van opgestapelde spullen feilloos de weg kan vinden. Daarna door naar Comber.
Omdat de Aquanav computer het weer eens heeft begeven, en in relatie daarmee ook de AIT2000 (AIS-ontvanger en zender), fietsen we dinsdagmorgen in de stortregen naar Belfast Computer Repair. Wie weet of die er iets mee kunnen!! ‘s Middags een bezoekje aan het Harbour Commissioner’s Office, de oude droogdokken, en de voormalige zeeliedenbuurt. Later die week nog op de fiets naar Lisburn, met bezoek aan het Irish Linen Centre, en over het Lagan Tow Path terug. We volgen de bordjes naar de Giant's Ring, maar kunnen hem niet vinden. Van Betty horen we later hoe je er kunt komen, en wat er eigenlijk te zien is. Doen we nog eens in de herkansing.
Zaterdag worden we door Betty en Robin opgehaald en gaan we toch nog met een hele groep wandelen in de Mourne Mountains. Ruige wandeling met prachtig weer en mooi zicht op Carlingford Lough. Barbecue na afloop.
Het weer is nog steeds enorm wisselvallig, met blauwe luchten, felle buien, en vooral `blustery winds`. Hard en vlagerig dus, en absoluut geen zeilweer. Maar we hoeven hier nu toch niet meer weg, want donderdag vliegen we terug naar huis i.v.m. de te verwachten voortijdige geboorte van het derde kleinkind. Hopen als alles goed gaat later dit jaar de reis weer voort te zetten.
zondag 3 mei 2015
Terug in Bangor
Niet alleen de haven en omgeving, maar ook het weer is weer als vanouds. Erg wisselvallig, met regen, veel wind, maar ook prachtige blauwe luchten. Daarbij, met een noordelijke stroming, gruwelijk koud. Zaterdag een diner met Steve en Claire (onze bootburen), Betty (sailing journalist) en haar man Robin, in de prachtige Royal Ulster Yacht Club. De sfeer was heel wat minder “formal” dan we vooraf vreesden.
Donderdag een aantal uren gevaren op Belfast Lough om de boot, en alles wat we veranderd hebben aan de zeilvoering, uit te testen. Liep allemaal lekker, en het weer was goed te doen. Zaterdag zouden we met Betty en Robin, en een aantal mensen van de parish church, meegaan op een wandeling in de prachtige Mourne Mountains. Vanwege het te verwachten slechte weer werd dat een week uitgesteld. Dus besloten we te verkassen naar Belfast marina, 2 uur varen verder. Voorlopig zijn de weersvooruitzichten toch zo dat vertoeven in een stad de beste optie lijkt. Bovendien is Belfast marina ontzettend goed geoutilleerd, heel beschut, vlak bij het centrum, en meer dan de helft goedkoper dan Bangor. Maar zien wanneer we naar het noorden van Ierland vertrekken.
Donderdag een aantal uren gevaren op Belfast Lough om de boot, en alles wat we veranderd hebben aan de zeilvoering, uit te testen. Liep allemaal lekker, en het weer was goed te doen. Zaterdag zouden we met Betty en Robin, en een aantal mensen van de parish church, meegaan op een wandeling in de prachtige Mourne Mountains. Vanwege het te verwachten slechte weer werd dat een week uitgesteld. Dus besloten we te verkassen naar Belfast marina, 2 uur varen verder. Voorlopig zijn de weersvooruitzichten toch zo dat vertoeven in een stad de beste optie lijkt. Bovendien is Belfast marina ontzettend goed geoutilleerd, heel beschut, vlak bij het centrum, en meer dan de helft goedkoper dan Bangor. Maar zien wanneer we naar het noorden van Ierland vertrekken.
maandag 18 augustus 2014
Van Belfast naar Bangor, eindpunt van deze reis
Om nog even terug te komen op Belfast: misschien niet per definitie een mooie stad, maar wel een stad waar veel te bekijken en te beleven valt. Naast de City Hall, de Linen Library, het Ulster museum, Edwardiaanse en Victoriaanse, maar ook Art Nouveau-gebouwen, ook veel dat nog herinnert aan de zogenaamde "Troubles" van de tweede helft van de 20e eeuw. Een Peacewall die op verschillende plaatsen in Oost- en Belfast te zien is. Gebouwd rond 1969 na de ergste rellen, en bedoeld om zo veel mogelijk protestantse, unionistische (willen bij de UK blijven) en katholieke, nationalistische (willen deel uitmaken van de republiek Ierland) wijken te scheiden. Er tussen zware metalen deuren die straten kunnen afsluiten. Overal muurschilderingen die herinneren aan het geweld en de UDA, de Ulster Defence Association, en de UVF, de Ulster Volunteer Force. In Oost-Belfast fietsten we in een naargeestige, duidelijk unionistische wijk waar zo ongeveer huis aan huis gevlagd werd, en de muren vol nare graffiti stonden. Willem van Oranje wordt openlijk vereerd. Verder zijn de meeste politie-auto's die je ziet nog volledig bepantserd. En regelmatig stuit je hier in Noord-Ierland op een optocht van de een of andere organisatie waarvan ons niet altijd duidelijk is wat ze voorstaan. Hoe de mensen verder met elkaar omgaan is niet helemaal duidelijk, al horen we op de radio toch wel over sektarisch geweld.
De laatste dag in Belfast brachten we nog een bezoek aan de Crumlin Road Gaol, een beruchte gevangenis die tot 1996 open is geweest. Indrukwekkende rondleiding (in de executiekamer, waar de galg en de zich openende vloer nog te zien waren, viel nog iemand flauw), maar ook een prachtig gebouw. Met een onderaardse gang die van het Gerechtshof aan de overkant regelrecht naar de gevangenis leidde.
Na het bezoek aan het gevang hadden we behoefte aan wat meer stichtelijks, en bekeken een aantal kerken. De St. Peter's cathedral, ontworpen door een priester die in een vorig leven architect was, bleek veel mooier dan de Belfast of St. Anne's cathedral hartje stad, en St. Malachy's was "a real gem".
Inmiddels zijn we dus aangekomen in Bangor, onze eindbestemming van dit jaar. Eerst op de fiets de omgeving verkend, zowel naar het zuid-oosten, langs de Ierse Zee, als naar het zuiden, richting Strangford Lough (waar vorige week al die zeilbootjes omgeslagen zijn). De afgelopen twee dagen kregen we gelijk een storm voor de kiezen, en we konden dus gelijk ondervinden hoe het hier dan is. We blijken in Bangor marina prima te liggen, geen al te heftige bewegingen van de boot, geen deining, en vooral, geen zand zoals in IJmuiden.
We hebben zo'n 1225 zeemijlen gevaren in 3 maanden tijd, en misschien nog wel meer (land)mijlen gefietst. Maar dat hebben we niet kunnen meten. Nu poetsen en de boot winterklaar maken, en donderdag met het vliegtuig naar huis.
Wordt (volgend jaar) vervolgd.
De laatste dag in Belfast brachten we nog een bezoek aan de Crumlin Road Gaol, een beruchte gevangenis die tot 1996 open is geweest. Indrukwekkende rondleiding (in de executiekamer, waar de galg en de zich openende vloer nog te zien waren, viel nog iemand flauw), maar ook een prachtig gebouw. Met een onderaardse gang die van het Gerechtshof aan de overkant regelrecht naar de gevangenis leidde.
Na het bezoek aan het gevang hadden we behoefte aan wat meer stichtelijks, en bekeken een aantal kerken. De St. Peter's cathedral, ontworpen door een priester die in een vorig leven architect was, bleek veel mooier dan de Belfast of St. Anne's cathedral hartje stad, en St. Malachy's was "a real gem".
Inmiddels zijn we dus aangekomen in Bangor, onze eindbestemming van dit jaar. Eerst op de fiets de omgeving verkend, zowel naar het zuid-oosten, langs de Ierse Zee, als naar het zuiden, richting Strangford Lough (waar vorige week al die zeilbootjes omgeslagen zijn). De afgelopen twee dagen kregen we gelijk een storm voor de kiezen, en we konden dus gelijk ondervinden hoe het hier dan is. We blijken in Bangor marina prima te liggen, geen al te heftige bewegingen van de boot, geen deining, en vooral, geen zand zoals in IJmuiden.
We hebben zo'n 1225 zeemijlen gevaren in 3 maanden tijd, en misschien nog wel meer (land)mijlen gefietst. Maar dat hebben we niet kunnen meten. Nu poetsen en de boot winterklaar maken, en donderdag met het vliegtuig naar huis.
Wordt (volgend jaar) vervolgd.
donderdag 14 augustus 2014
Evelyntje
Vandaag geen reisberichten, al zijn we van Belfast naar Bangor gevaren, en dus nu op de plek waar de boot de winter zal doorbrengen, want er zijn belangrijker dingen te melden.
Vanochtend is namelijk Evelyntje geboren, de dochter van Michiel en Tamara. 'T is een beetje een voor d'r beurtje, want ze had nog zo'n 2 weekjes te gaan, maar ze was er helemaal klaar voor, en kon niet langer wachten.
Lief, hè!
Haar mama en papa, en natuurlijk ook haar oma en (stief)opa zijn hardstikke blij!!!!
Vanochtend is namelijk Evelyntje geboren, de dochter van Michiel en Tamara. 'T is een beetje een voor d'r beurtje, want ze had nog zo'n 2 weekjes te gaan, maar ze was er helemaal klaar voor, en kon niet langer wachten.
Lief, hè!
Haar mama en papa, en natuurlijk ook haar oma en (stief)opa zijn hardstikke blij!!!!
zondag 10 augustus 2014
Stranraer - Carrickfergus - Belfast
Vanuit Stranraer fietsten we naar Portpatrick, een pittoreske, oude haven tussen steile kliffen aan de zuidwestkust van Schotland. Vroeger een belangrijke visserij- en veerhaven, maar nu vooral een vakantiebestemming. Voor de kust liggen enorm veel scheepswrakken, zoals dat van de veerboot Princess Victoria die daar in 1953 verging. Een gevaarlijk stukje kust dus met overal rotsen, en een minuscule haveningang.
Terug fietsend over de Southern Upland Way (eigenlijk een wandelpad) begon het te regenen, en niet zo zuinig ook. Toch maar gewoon doorgefietst, want wat moet je anders? Afijn, natter kun je niet worden. De dagen daarna bleven we in de buurt met een bezoek aan Castle Kennedy Gardens, en Stranraer Castle.
Ondanks de voorspelling van tegenwind maandag het North Channel overgestoken. Achteraf een goede keus, want het was uitstekend (zeil)weer. In Noord-Ierland lagen we eerst in Carrickfergus aan de noordkant van Belfast Lough. Bij aankomst bleek er van alles te doen, vanwege de herdenking van het begin van de eerste wereldoorlog. Ook de mogelijkheid om Carrickfergus Castle te bezoeken, een imposant Normandisch kasteel uit de 12e eeuw met een roemrucht militair verleden.
In Belfast liggen we in het Titanic Quarter, op de plek waar de Titanic is gebouwd. Hier is de Titanic Experience, in een iconisch gebouw. Vrijdag gingen we er heen. Het verhaal begint in Booming Belfast uit het begin van de 20e eeuw, met linnen- whisky- en tabaksindustrie, en natuurlijk scheepswerven, zoals die van Harland and Wolff waar de Titanic is gebouwd. En eindigt met het vinden van het wrak van de Titanic in 1985. Het was enorm indrukwekkend, en werkelijk prachtig vormgegeven.
Belfast zelf is niet al te groot, en behoorlijk rustig qua verkeer. Een afwisseling van indrukwekkende gebouwen van rond de eeuwwisseling en lelijke er tussen gepropte gebouwen uit de vijftiger jaren. Historische pubs, en ook mooi industrieel erfgoed zoals een oude gasfabriek, en oude linnenfabrieken. In de Botanic Garden het Palm House uit 1840, gemaakt van gietijzer en glas. Een van de eerste gebouwen van dit type in de wereld.
Terug fietsend over de Southern Upland Way (eigenlijk een wandelpad) begon het te regenen, en niet zo zuinig ook. Toch maar gewoon doorgefietst, want wat moet je anders? Afijn, natter kun je niet worden. De dagen daarna bleven we in de buurt met een bezoek aan Castle Kennedy Gardens, en Stranraer Castle.
Ondanks de voorspelling van tegenwind maandag het North Channel overgestoken. Achteraf een goede keus, want het was uitstekend (zeil)weer. In Noord-Ierland lagen we eerst in Carrickfergus aan de noordkant van Belfast Lough. Bij aankomst bleek er van alles te doen, vanwege de herdenking van het begin van de eerste wereldoorlog. Ook de mogelijkheid om Carrickfergus Castle te bezoeken, een imposant Normandisch kasteel uit de 12e eeuw met een roemrucht militair verleden.
In Belfast liggen we in het Titanic Quarter, op de plek waar de Titanic is gebouwd. Hier is de Titanic Experience, in een iconisch gebouw. Vrijdag gingen we er heen. Het verhaal begint in Booming Belfast uit het begin van de 20e eeuw, met linnen- whisky- en tabaksindustrie, en natuurlijk scheepswerven, zoals die van Harland and Wolff waar de Titanic is gebouwd. En eindigt met het vinden van het wrak van de Titanic in 1985. Het was enorm indrukwekkend, en werkelijk prachtig vormgegeven.
Belfast zelf is niet al te groot, en behoorlijk rustig qua verkeer. Een afwisseling van indrukwekkende gebouwen van rond de eeuwwisseling en lelijke er tussen gepropte gebouwen uit de vijftiger jaren. Historische pubs, en ook mooi industrieel erfgoed zoals een oude gasfabriek, en oude linnenfabrieken. In de Botanic Garden het Palm House uit 1840, gemaakt van gietijzer en glas. Een van de eerste gebouwen van dit type in de wereld.
donderdag 31 juli 2014
Richting Noord-Ierland
Waren we zaterdag nat geworden tijdens het wandelen, zondag werden we nog veel natter, met name bij het aanleggen in Campbeltown, op Kintyre. Harde wind en stortregen bij het invaren van de baai. De havenmeester ving ons nog net op, maar bleef verder maar niet te lang op de steiger. Gelijk had ie. Onder dit soort omstandigheden bewijst zich wel het nut van onze buiskap: je hangt het natte spul er onder, en het waait zo weer droog.
Maandag was tot onze verrassing een prachtige dag. Dwars over Kintyre naar het zuiden (Southend) gefietst waar veel te beleven was: de kapel van St. Columba, grotten, voetafdrukken uit de tijd van de Schotse koningen, maar vooral ook fantastisch uitzicht op de kust van Noord-Ierland, op het eiland Sanda, en op Ailsa Craig, een typische rotsformatie die de toegang tot de Clyde markeert. En ook nog een kolonie zeehonden op het strand. Terug besloten we de kustweg te nemen: iets langer en heuvelachtiger volgens een jonge Schotse, "but much prettier". Niets hiervan was gelogen: de fiets bevond zich geregeld naast, en niet onder ons, maar het was alleszins de moeite waard.
In Campbeltown lagen drie boten naast ons waarop stond "Les pèlerins de la mer". Het bleken jonge Fransen die truien droegen met het opschrift "Vivre la mer autrement". En onder hen een aantal habijt en priesterboord dragende figuren. Nader onderzoek leerde dat het om een jongerenorganisatie gaat die zich gevormd heeft na een oproep van Paus Johannes II (in 1989) aan alle jongeren om naar St Jean de Compostelle te komen, en de apostelen van de toekomst te worden. Dat jaar gaan zo'n 20 schepen zeilend vanuit Frankrijk naar Compostella. Aan boord ook een broeder van de congregatie van St Jean. En zo is het gekomen. Sinds 1991 worden er "pèlerinages maritimes" georganiseerd o.a. naar plaatsen waar verschillende heiligen het evangelie gebracht hebben. In dit geval ging het om St. Egbert die op Iona en Islay Keltische monniken had overgehaald zich aan te sluiten bij het Romeinse kerkgebruik. De zee wordt daarbij gezien als een plek waar je de zekerheid van de haven achter je laat, waar je teruggeworpen wordt op jezelf, en de rijkdom die anderen te bieden hebben leert ontdekken. Als dat bij ons ook zo werkt komen we dus gelouterd terug :-).
In elk geval hesen we woensdag weer de zeilen om naar Stranraer, in Loch Ryan te varen, zo'n 40 mijl zuidoostwaarts. De westenwind woei zo'n 5 Beaufort, maar kwam over de heuvels van Kintyre zetten, wat zogenaamde "squalls" oplevert. Dat zijn in dit geval heftige valwinden, die de windsnelheid plotseling sterk verhogen. Maar flink gereefd ging het prima, en we hadden natuurlijk wel een lekker gangetje. Op open zee was de wind veel stabieler, maar kregen we voor het eerst weer te maken met echte golven. Twee maanden nauwelijks gezien! Tot zo ver het zeilpraatje.
We liggen nu zo ongeveer tegenover Belfast Lough, in Noord-Ierland. Het idee is om begin volgende week het North Channel over te steken. Dan gaan we maar eens kijken in Bangor, onze beoogde ligplaats voor de winter, en in Belfast. Daar is begonnen met de aanleg van een nieuwe marina. Zo lang die niet helemaal klaar is kun je er nog aardig voordelig liggen, en dat midden in de stad. Lijkt ons wel leuk!
Maandag was tot onze verrassing een prachtige dag. Dwars over Kintyre naar het zuiden (Southend) gefietst waar veel te beleven was: de kapel van St. Columba, grotten, voetafdrukken uit de tijd van de Schotse koningen, maar vooral ook fantastisch uitzicht op de kust van Noord-Ierland, op het eiland Sanda, en op Ailsa Craig, een typische rotsformatie die de toegang tot de Clyde markeert. En ook nog een kolonie zeehonden op het strand. Terug besloten we de kustweg te nemen: iets langer en heuvelachtiger volgens een jonge Schotse, "but much prettier". Niets hiervan was gelogen: de fiets bevond zich geregeld naast, en niet onder ons, maar het was alleszins de moeite waard.
In Campbeltown lagen drie boten naast ons waarop stond "Les pèlerins de la mer". Het bleken jonge Fransen die truien droegen met het opschrift "Vivre la mer autrement". En onder hen een aantal habijt en priesterboord dragende figuren. Nader onderzoek leerde dat het om een jongerenorganisatie gaat die zich gevormd heeft na een oproep van Paus Johannes II (in 1989) aan alle jongeren om naar St Jean de Compostelle te komen, en de apostelen van de toekomst te worden. Dat jaar gaan zo'n 20 schepen zeilend vanuit Frankrijk naar Compostella. Aan boord ook een broeder van de congregatie van St Jean. En zo is het gekomen. Sinds 1991 worden er "pèlerinages maritimes" georganiseerd o.a. naar plaatsen waar verschillende heiligen het evangelie gebracht hebben. In dit geval ging het om St. Egbert die op Iona en Islay Keltische monniken had overgehaald zich aan te sluiten bij het Romeinse kerkgebruik. De zee wordt daarbij gezien als een plek waar je de zekerheid van de haven achter je laat, waar je teruggeworpen wordt op jezelf, en de rijkdom die anderen te bieden hebben leert ontdekken. Als dat bij ons ook zo werkt komen we dus gelouterd terug :-).
In elk geval hesen we woensdag weer de zeilen om naar Stranraer, in Loch Ryan te varen, zo'n 40 mijl zuidoostwaarts. De westenwind woei zo'n 5 Beaufort, maar kwam over de heuvels van Kintyre zetten, wat zogenaamde "squalls" oplevert. Dat zijn in dit geval heftige valwinden, die de windsnelheid plotseling sterk verhogen. Maar flink gereefd ging het prima, en we hadden natuurlijk wel een lekker gangetje. Op open zee was de wind veel stabieler, maar kregen we voor het eerst weer te maken met echte golven. Twee maanden nauwelijks gezien! Tot zo ver het zeilpraatje.
We liggen nu zo ongeveer tegenover Belfast Lough, in Noord-Ierland. Het idee is om begin volgende week het North Channel over te steken. Dan gaan we maar eens kijken in Bangor, onze beoogde ligplaats voor de winter, en in Belfast. Daar is begonnen met de aanleg van een nieuwe marina. Zo lang die niet helemaal klaar is kun je er nog aardig voordelig liggen, en dat midden in de stad. Lijkt ons wel leuk!
zaterdag 26 juli 2014
Eilandbelevenissen
Vanuit Rhu hadden we een leuk zeiltochtje naar Great Cumbrae. Onderweg richting Greenock kom je wel een wrak van een grote boot tegen: de onderkant steekt een heel stuk boven water uit. Een naar gezicht, zoiets. En in dat gebied vaart een enorm aantal ferries rond, dus is het oppassen geblazen.
Great Cumbrae waren we in no time rond gefietst, en daarna ook nog eventjes dwars er over heen (en dat was helemaal niet vlak), want we hadden die dag naar onze mening nog niet genoeg gedaan ;-). Ook niet-wielrenners zie je hier trouwens, meestal op gehuurde fietsen. In de baai van Millport lig je leuk, en het stadje zelf is druk en gezellig, maar verder is het eiland niet spectaculair. Wel vind je er de Cathedral of the Isles, de kleinste kathedraal van de hele UK.
Van Great Cumbrae zeilden we naar Lamlash op Arran. Arran wordt wel Schotland in het klein genoemd, omdat het alle Schotse landschappen in zich verenigt: het zuiden is lieflijker met akkers en weilanden, het noorden veel ruiger. Overal stranden, en zelfs echte zandstrandjes.
Lamlash zelf ligt in een prachtige baai, achter het Holy Isle (een spiritueel, Boedhistisch centrum), en is een leuk stadje. Het weer was schitterend, dus alle reden om hier een paar dagen te blijven. Alleen dachten we daar na één nachtje slapen (of beter: niet slapen) anders over. Bij oostenwind is de baai gevoelig voor swell, oftewel deining, zo staat in de pilot. En oostenwind hadden we 's nachts, al stelde de windkracht helemaal niets voor. Ongelooflijk hoe we op en neer gingen aan onze meerboei. Dus besloten we de volgende morgen acuut om alsnog naar Lochranza te zeilen, aan de noord-west kant van Arran. En daar hebben we geen spijt van!! Schitterende baai met uitzicht op Lochranza Castle, omgeven door groene heuvels en in de verte de ruige, gekartelde toppen van de hogere bergen (Goatfell is de hoogste, zo'n 970 meter). Zeehonden op de stranden, dolfijnen in het water en prachtige herten ("red deer") met enorme geweien.
Er komen hier veel fietsers (wielrenners wel te verstaan), die een rondje zuid- of noord-Arran komen doen. In die rondjes zitten wel akelige klimmetjes van zo'n 10 procent (en meer). Toch gingen we gisteren op pad (nadat Lei eerst de fietsjes per bijboot aan land had gebracht), langs de kust naar het zuiden. Behalve een klim van 17%, en een aantal flinke hobbels, wel te doen. Al fietsend zie je geen mens, behalve die wielrenners dan, die je allemaal groeten c.q. aanspreken, want ondanks onze kleine bromptonnetjes ben je wel één van hun. Eén fietste een stukje met ons op: het valt ons op hoe graag en makkelijk mensen hier een praatje komen maken. Wat we van Arran vonden? Ja, schitterend dus. Vele malen mooier dan Great Cumbrae.
Op de foto de "Twelve Apostels of Catacol", een uniform rijtje huizen, in 1863 door de Duke of Hamilton gebouwd voor families die elders van het eiland verdreven waren om plaats te maken voor schapen. Eén van de beruchte "clearances".
Vandaag is het weer omgeslagen, en regent het flink. We gingen toch met de fiets op pad, eerst met het idee om naar de oostkust (Brodick) te fietsen over zo'n hele hoge bult heen. Dat idee werd al snel verlaten, en ingeruild voor het idee om een stukje van de Arran Coastal Way (een lange afstands(wandel)pad) te fietsen. Maar al gauw bleek dat het pad dat er naar toe leidde toch echt een wandelpad was. Fietsen laten staan, en de benenwagen genomen. Heel mooi over de richel heen naar de kust, prachtige uitzichten (enigszins vertroebeld door de regen) op alle omringende eilanden, en toen over de Coastal Way terug. Pas na terugkeer las ik ergens dat de Arran Coastal Way hier en daar "very challenging" is. Nou, dat was ie. Door nat moerasland, over smalle paadjes en vooral over erg lastige rotspartijen. Het was echt "hiken". Onderweg kwamen we een Italiaans stel tegen met mountainbikes, dat zich ook vergist had in de op de kaart zeer eenvoudig en vlak ogende route. Urenlang hebben die de fiets in de stromende regen over dat rotsachtige pad moeten dragen. Bijna niet te doen. We hebben ze enige geestelijke bijstand verleend, praktische bijstand sloegen ze af. En ze hebben het net als wij gehaald. Afijn, net als gisteren hebben we onze dagelijkse portie lichaamsbeweging weer gehad.
Great Cumbrae waren we in no time rond gefietst, en daarna ook nog eventjes dwars er over heen (en dat was helemaal niet vlak), want we hadden die dag naar onze mening nog niet genoeg gedaan ;-). Ook niet-wielrenners zie je hier trouwens, meestal op gehuurde fietsen. In de baai van Millport lig je leuk, en het stadje zelf is druk en gezellig, maar verder is het eiland niet spectaculair. Wel vind je er de Cathedral of the Isles, de kleinste kathedraal van de hele UK.
Van Great Cumbrae zeilden we naar Lamlash op Arran. Arran wordt wel Schotland in het klein genoemd, omdat het alle Schotse landschappen in zich verenigt: het zuiden is lieflijker met akkers en weilanden, het noorden veel ruiger. Overal stranden, en zelfs echte zandstrandjes.
Lamlash zelf ligt in een prachtige baai, achter het Holy Isle (een spiritueel, Boedhistisch centrum), en is een leuk stadje. Het weer was schitterend, dus alle reden om hier een paar dagen te blijven. Alleen dachten we daar na één nachtje slapen (of beter: niet slapen) anders over. Bij oostenwind is de baai gevoelig voor swell, oftewel deining, zo staat in de pilot. En oostenwind hadden we 's nachts, al stelde de windkracht helemaal niets voor. Ongelooflijk hoe we op en neer gingen aan onze meerboei. Dus besloten we de volgende morgen acuut om alsnog naar Lochranza te zeilen, aan de noord-west kant van Arran. En daar hebben we geen spijt van!! Schitterende baai met uitzicht op Lochranza Castle, omgeven door groene heuvels en in de verte de ruige, gekartelde toppen van de hogere bergen (Goatfell is de hoogste, zo'n 970 meter). Zeehonden op de stranden, dolfijnen in het water en prachtige herten ("red deer") met enorme geweien.
Er komen hier veel fietsers (wielrenners wel te verstaan), die een rondje zuid- of noord-Arran komen doen. In die rondjes zitten wel akelige klimmetjes van zo'n 10 procent (en meer). Toch gingen we gisteren op pad (nadat Lei eerst de fietsjes per bijboot aan land had gebracht), langs de kust naar het zuiden. Behalve een klim van 17%, en een aantal flinke hobbels, wel te doen. Al fietsend zie je geen mens, behalve die wielrenners dan, die je allemaal groeten c.q. aanspreken, want ondanks onze kleine bromptonnetjes ben je wel één van hun. Eén fietste een stukje met ons op: het valt ons op hoe graag en makkelijk mensen hier een praatje komen maken. Wat we van Arran vonden? Ja, schitterend dus. Vele malen mooier dan Great Cumbrae.
Op de foto de "Twelve Apostels of Catacol", een uniform rijtje huizen, in 1863 door de Duke of Hamilton gebouwd voor families die elders van het eiland verdreven waren om plaats te maken voor schapen. Eén van de beruchte "clearances".
Vandaag is het weer omgeslagen, en regent het flink. We gingen toch met de fiets op pad, eerst met het idee om naar de oostkust (Brodick) te fietsen over zo'n hele hoge bult heen. Dat idee werd al snel verlaten, en ingeruild voor het idee om een stukje van de Arran Coastal Way (een lange afstands(wandel)pad) te fietsen. Maar al gauw bleek dat het pad dat er naar toe leidde toch echt een wandelpad was. Fietsen laten staan, en de benenwagen genomen. Heel mooi over de richel heen naar de kust, prachtige uitzichten (enigszins vertroebeld door de regen) op alle omringende eilanden, en toen over de Coastal Way terug. Pas na terugkeer las ik ergens dat de Arran Coastal Way hier en daar "very challenging" is. Nou, dat was ie. Door nat moerasland, over smalle paadjes en vooral over erg lastige rotspartijen. Het was echt "hiken". Onderweg kwamen we een Italiaans stel tegen met mountainbikes, dat zich ook vergist had in de op de kaart zeer eenvoudig en vlak ogende route. Urenlang hebben die de fiets in de stromende regen over dat rotsachtige pad moeten dragen. Bijna niet te doen. We hebben ze enige geestelijke bijstand verleend, praktische bijstand sloegen ze af. En ze hebben het net als wij gehaald. Afijn, net als gisteren hebben we onze dagelijkse portie lichaamsbeweging weer gehad.
Abonneren op:
Posts (Atom)
















