maandag 24 juli 2017

Spanje!

Het laatste bericht is al even geleden, maar wifi is hier niet altijd evident. Hier = in Spanje, want daar zijn we inmiddels. Een week geleden rechtstreeks van Oléron naar Bilbao gevaren in zo'n 34 uur. Prachtig gezicht bij aankomst: zee én bergen!
Alle marina's liggen ver buiten de stad, maar in Las Arenas is het ook erg leuk. Strand, zwembad, mooie boulevard, veel te doen. Bilbao is geweldig. Enorm veel grandeur, oude stad met smalle straatjes, en in de nieuwe stad oud en nieuw door elkaar. Foto's  volgen later. Na een aantal dagen doorgevaren naar Castro Urdiales. Prachtige 14e eeuwse kerk, brug,   kasteel en resten van een klooster. In de oude stad is het 's avonds knalgezellig. Iedereen op straat, wijntje drinken, tapas eten. Wel lagen we 's nachts te klotsen aan een kade. En nu zijn we dan in Santander. De stad is leuk, maar veel minder indrukwekkend dan Bilbao. Meer strandvertier. Er zijn trouwens overal prachtige zandstranden. We liggen wel erg leuk geankerd, voor het strand en paleisachtige gebouwen, en met aan de overkant de bergen.


Het weer wisselt wat, twee dagen met wat regen, vandaag weer heerlijk. Koud is het gelukkig nooit.
 Zeilen is niet heel eenvoudig: de wind komt voortdurend uit het westen, en de afstanden zijn lang.

donderdag 13 juli 2017

La Rochelle en omgeving

La Rochelle is echt een prachtige, oude stad. De meesten zullen wel eens de foto's gezien hebben van de twee torens waardoor je de Vieux Port binnenvaart:
In de 16e eeuw was de stad een protestants bolwerk, en om die reden begin 17e eeuw belegerd. en grotendeels verwoest, door Richelieu (Le Grand Siège). Maar daarna heeft de stad niet veel meer geleden. Dus vol historische gebouwen, meestal van witte kalksteen, prachtige arcades, smalle straatjes, met als middelpont het gebied rond de oude haven. Een stad met enorm veel sfeer. Bij aankomst op zaterdag was het daar erg druk, de dagen erna viel dat heel erg mee.



Vanuit La Rochelle 10 mijl verder gevaren naar St. Denis op het Ile d'Oléron. Best spannend, want de toegang tot de haven valt grotendeels droog. Plannen dus.
Op de Tide Gauge kun je zien hoeveel water er boven de drempel staat die het water in de haven houdt. Op de foto is dat zeg maar niets. Maar rond half tij kwamen we er prima doorheen.
Het weer is wat minder: grijzig, met af en toe een buitje. Maar ook dan is het nog steeds lekker fietsweer, en hoeft de lange broek niet aan. 

En nu treffen we voorbereidingen om van hier naar Spanje over te steken, een tocht van zo'n 180 mijl. Wordt vervolgd!

zaterdag 8 juli 2017

Steeds zuidelijker

Het is zaterdag 1 juli, 5 uur ’s morgens, de wekker gaat. Hm, niet gedacht, het is nog donker! Toch maar weg om 05.45, het wordt al iets lichter. Hm, niet voorspeld, de baai van Lorient zit potdicht van de mist! Niet leuk als je een baai vol rotspartijen uit moet zigzaggen. De boeien zie je pas als je er bijna tegen aan vaart. Maar, met goed turen én met behulp van de electronische kaarten komen we op open zee. ‘s Avonds zijn we in Le Pornichet, in de baai van La Baule.
De volgende dag verder, naar het Ile d’Yeu, zo ongeveer voor Nantes gelegen. Alle boten komen bijna tegelijkertijd aan, dus het is een heel gekrioel in de haven. Over twee weken, als het Franse hoogseizoen aanbreekt, schijn je hier nauwelijks meer binnen te kunnen. Het weer is steeds rustig, een beetje grijzig ’s morgens, zonnig en warm in de middag.
Het eiland blijkt ontzettend leuk te zijn. Witgekalkte huizen met pastelkleurige luiken, een overdaad aan bloemen, leuke dorpjes, fijne fietspaden over het hele eiland, en het nodige te zien. De Port de la Meule, waar iedereen hoog van opgeeft, valt wat tegen. Veel mensen, horeca, en niet zo spectaculair als we gewend zijn. Schotland en Ierland hebben ons natuurlijk wel verwend! Verder fietsend wordt het echter een stuk rustiger, en erg leuk. Le Phare des Corbaux in het uiterste zuid-oosten, Le Vieux Chateau  aan de zuidkust, het kerkje in St. Sauveur, de vele menhirs en dolmens, en dat ook nog met prachtig weer.

In de stromende regen vertrekken we uit Port Joinville (Ile d’Yeu). Duurt maar even. Daarna grijze lucht maar absoluut niet koud. ‘s Middags weer stralend blauw en warm. De wind staat op de kop, we buigen af naar Les Sables d’Olonne, en meren af in Port Garnier, midden in de stad. Verderop Port Olona, de thuisbasis van de Vendée Globe. Les Sables blijkt ontzettend leuk: aan de havenkant een boulevard, vlakbij, aan de strandkant, een boulevard met nog de nodige gebouwen uit het begin van de twintigste eeuw, en tussenin de nauwe straatjes van het voormalige visserskwartier, nu voetgangersgebied met winkeltjes. Heel gezellig allemaal. Ten noorden de Salines, de voormalige zoutmoerassen. Een prachtig gebied, lijkt een beetje op onze Weerribben. De Velodyssée gaat er dwars doorheen.


En net zijn we aangekomen in La Rochelle. Onder de 30 meter hoge brug die naar het Ile de Ré leidt doorgevaren. We liggen in een marina van slecht 4500!! ligplaatsen. Echt een zeilnatie, Frankrijk!! Het is ff fietsen naar de oude stad. Ziet er geweldig uit, daarover later meer.


zaterdag 1 juli 2017

Zuid-Bretagne

Het hart van Concarneau is de oude vestingstad, uit de 15e/16e eeuw. Prachtig geconserveerd, maar ook wel behoorlijk toeristisch. Misschien nog wel indrukwekkender  is het kerkje in Locmaria-al-Hent dat we de volgende dag al fietsend door de binnenlanden tegenkomen. Uit de 16e eeuw, met een lemen vloer en prachtige oude beelden. We krijgen de sleutel van de mensen ertegenover. Langs deze Voie Verte (een oude spoorweg) is het trouwens overal erg mooi: kleine gehuchten met mooie huizen en boerderijen, glooiend land met weides en tarwevelden, en overal prachtige bomen (vooral veel kastanjes) en bloemen.

’s Zondags varen we door naar Lorient met weinig wind maar prachtig weer,  en zetten zo waar de Code Zero op (lichtweerzeil van 100 m2). Dan weten we ook weer hoe dat moet! Lorient Harbour is de oude Port de Commerce, en ligt midden in de stad, die duidelijk erg geleden heeft onder de oorlog: weinig tot niets aan oude gebouwen te vinden. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat hier Duitse onderzeeboten werden gebouwd en opgeslagen in hangars. Vreemd genoeg zijn die niet geraakt, en we bezoeken ze. Dat hele gebied, ook de oude hangars, barst nu van de maritieme activiteiten. Snelle oceaanzeilers liggen in de haven.

Port Louis, aan het begin van de Rade de Lorient, is ook heel erg de moeite waard het begin van de Rade de Lorient, is ook heel erg de moeite waard (fototoestel ergeten (-;). Een  citadel met bastions begin 17e eeuw gebouwd om de rede te verdedigen, en genoemd naar Lodewijk de 13e. In de citadel o.a. het museum van de Compagnie française de Indes Orientales, die hier in 1666 gevestigd werd. Vandaar de naam Lorient (het oosten). Heen fietsen we zo’n 2 uur om de hele rede heen, terug in 20 minuten met de ferry. Pont Scorff, de dag erna, lijkt eerst niet veel bijzonders, maar als we eenmaal het centrum gevonden hebben, blijkt het heel interessant, en vol met beeldengroepen en ateliers. Kennelijk een kunstenaarsdorp.

Vrijdag, als we met de trein naar Vannes zijn  (heel erg leuk!) , komt zowaar de nieuwe inverterkast voor de generator waar we op liggen te wachten.  En -hoera!- het lijkt nu allemaal goed te werken ;-). Nu ook de stormdepressie in de Golf van Biscaje op zijn einde lijkt, kunnen we verder.


vrijdag 23 juni 2017

Vive la France


We blijven uiteindelijk een week in Howth. Af en toe is het rustig, qua wind, maar meestal blaast het fors vanuit het zuiden met enorme uitschieters. Vrij onaangenaam zeilweer. Maar vrijdag's kunnen we met goed fatsoen naar Arklow, en besluiten we de volgende dag gelijk door te gaan naar Bretagne. Het had alleen niet veel gescheeld of we waren na vertrek onmiddellijk weer omgekeerd. Wind en stroom tegen, een vreselijke zee, we komen nauwelijks vooruit. Even rust, en dan, tussen de banken, nog meer gestamp en gebeuk. Maar we zetten door, en als we na Rosslare, in het zuid-oosten van Ierland, de zee opsteken wordt het beter. Zondagmorgen zitten we in het centrum van het hogedrukgebied dat er ligt. Warm, eerst geen wind. Een enorme school dolfijnen zwemt en speelt rond de boot. Soms duiken ze er gewoon onder.
flink grootzeil

 's Nachts langs de Scilly Islands, en dan een fantastische zeiltocht richting Frankrijk. Er is veel gerekend en gepuzzeld om de verschillende TSS'en (verkeersscheidingsstelsels: daar zit de grote scheepvaart, en die ben je verplicht haaks over te steken) te omzeilen, maar het pakt allemaal goed uit. Na 302 mijl en 55 uur zeilen maken we vast in Camaret-sur Mer, in de goulet de Brest.
Moe, maar voldaan.
mooi. hoor, als de zon opkomt 





Heel gek, om opeens in zo'n andere setting te   zijn. De de huizen zien er anders uit, er wordt een andere taal gesproken, de sfeer is anders, er wordt al best druk gezeild, én het weer is prachtig. Ook hier een hittegolf, maar aan en op het water is het heerlijk. We blijven een paar dagen en maken mooie fietstochten naar diverse kapen. Er liggen heel veel oude fortificaties, en monumenten die te maken hebben met de Battle of the Atlantique.
vergane vissersschepen in Camaret









Inmiddels zijn we, via de Raz de Sein en de Pointe de Penmarc'h aangekomen in Concarneau. een oud vestingstadje. Officieel zijn we nu in Zuid-Bretagne. Het weer is wel wat minder geworden, maar nog steeds heel behoorlijk. 

zondag 11 juni 2017

Mei 2017: terug in Ierland

Eind mei vliegen we terug naar Belfast om het zeilen weer op te pakken. Maar eerst nog een lijstje klussen afwerken: ankerlicht op de radarmast plaatsen, afstandbediening generator installeren, bakboordwatertank schoonmaken, nieuwe douchepomp monteren, onderwaterschip nog eens poetsen, roer vrijmaken van mosselen, kaarten aanschaffen en nog zo wat. Als we aankomen is het prachtig weer. Tussendoor fietsen we naar Dundonald en door de binnenlanden door naar Bangor. Terug langs Belfast Lough. Een erg leuk tochtje. Maar als het werk zo'n beetje gedaan is, wordt het weer erg onstandvastig en vooral erg onstuimig. Uiteindelijk varen we 7 juni naar Ardglass. Met een flink aantrekkende wind op de kop wordt het behoorlijk afzien.
Ardglass in het avondlicht
We blijven een dagje, samen met de mensen van de Mooie Nel, die we ook al in Belfast waren tegengekomen. Veel regen, veel wind. Vrijdags vertrekken we om vijf uur samen richting Howth, net boven Dublin. Ook nu geen goede wind, maar het weer is wel prima. Om 14.45 maken we na 57 mijl varen vast in de marina. Het zal hier wel even blijven worden, want er wordt voor een aantal dagen windkracht 7-8 voorspeld. En die wind komt er ook.
Howth 
pad over de kliffen
Maar Howth, een soort voorstad van Dublin voor de beter gesitueerden, blijkt ontzettend leuk. Voor de kust Ireland's Eye (een eiland). Onder aan de haven veel visactiviteiten en restaurantjes. Op de heuvel het historisch deel van Howth, heel authentiek. We wandelen er naar toe, en vandaar een 10 km lange tocht langs de kliffen, en door de binnenlanden. De dag erna op de fiets naar Dublin, 15 km. windkracht 7-8 tegen over een soort van afsluitdijk. Goed voor de conditie zullen we maar zeggen. Onderweg wel een gigantische "downpour" (stortbui). Was voorspeld!!

En  nu beslissen wat we gaan doen: voor de komende week wordt er weliswaar wat  minder wind voorspeld, maar wel continu uit de verkeerde hoek. Hier blijven, waar veel te doen is, of door naar Arklow, waar je redelijk saai ligt. Wordt vervolgd!

woensdag 3 augustus 2016

Rondje Ierland is rond

Benbane Head
Rathlin Island
En dan zijn we weer terug in Belfast! Eerst liggen we nog een nachtje in Portrush aan de steiger. Een echt vakantieplaatsje, met prachtige stranden. Alleen het strandweer ontbreekt (-;. De tocht naar Rathlin eiland voert langs Benbane Head en de Giant's causeway. 

Met een stevige wind achter zijn we er zo. Het afmeren gaat wat minder: het ligt er vrij vol, de kiel moet omhoog omdat het op de nog beschikbare plaats vrij ondiep is, en zo bepaalt vooral de wind waar we heen gaan. Maar met wat hulp van de kant komen we toch waar we wezen willen. 
Rathlin is populair bij bootjesmensen, allereerst omdat het een prachtig eiland is, maar ook omdat er heel veel routes samenkomen. Naar (Noord-)Ierland én naar Schotland.
We maken de volgende dag nog een flinke wandeling,  naar de vuurtorens en langs de kliffen, eerst in de regen, later in heel aardig weer. Er heerst complete rust, je hoort er niks. Hooguit een paar blatende schapen.

En dan nog  54 mijl naar Belfast. Het stroomt als een gek rond Rathlin, dus je moet met slack weg. Om 13.00 dus. Dat heeft iedereen kennelijk uitgerekend, want de haven stroomt zo ongeveer leeg.  Het gaat als een speer: flinke wind van achter (en ook nog heel mooi weer), de stroom op het Nort Channel mee, dus om 20.30 zijn we in Abercorn Basin, de stadshaven van Belfast.
Victoria Channel, Belfast Lough
City Hall Belfast
En dan hebben we Ierland dus gerond. 949 mijl gevaren, met het stuk vanuit Greenock meegerekend 1059.


En hoe was het?
 -  prachtige natuur, heel ruig, vooral in het westen
- leuke steden ter afwisseling, vooral Dublin, Galway en Derry. En Belfast natuurlijk.
- veel onrustige zeeën, vooral rond de kapen, en zelfs bij niet al te onstuimig weer
- vanwege weer en wind moeten er keuze gemaakt worden, zodat je niet alles wat je zou willen zien kunt zien
- aan de westkust nauwelijks zeilers, maar ook heel weinig voorzieningen; daar moet je ook vaak flinke afstanden overbruggen
- ontzettend aardige, behulpzame mensen, die nooit moeilijk doen en graag een praatje komen maken
- het weer was zeer Iers , maar warmer dan in Schotland: behalve de eerste twee weken en twee    dagen tussendoor heel onstabiel. Dus een voortdurende afwisseling van grijze luchten, opklaringen, buien, lichte en sterke winden. Ze zeggen hier niet voor niets: “If you don’t like the weather, wait 5  minutes”.


En nu wassen, poetsen, onderhoud plegen, winterklaar maken, en dan naar huis. Van de winter maar kijken wat we volgend jaar gaan doen!