zondag 13 augustus 2023

Ria de Pontevedra

Vanuit San Vicente do Mar hebben we een lekker zeiltochtje de Ria de Pontevedra in. Het gaat niet hard, maar we kunnen zeilen. Bijna aan het eind van de ria ligt Combarro. We ankeren vóór de pier van de haven. Eerder lagen we erachter, maar daar lig je zeer ondiep in vaak stinkende modder. Hier liggen we voor een strandje, waar we niet al te moeilijk op kunnen landen. Eenmaal geankerd zien we opeens een kopje boven water uitkomen. Kan niet anders dan een otter zijn, die ergens tussen de stenen van de pier zijn nest heeft. Het eerste tochtje gaat naar het monasterio de Poio. Wat hoger gelegen met verschillende kloostergangen, een mooie kerk, en diverse exposities. In één van de kloostergangen een enorm mozaïek met een uitbeelding van de Camino de Santiago. Van recente datum trouwens.


Vanuit Poio pakken we lopend de camino van Padre Sarmiento op. Die loopt door tot Pontevedra, maar we maken er onze eigen lusversie van. Je komt op onverwachte plekken, zoals een gehucht van niks met een prachtig hotel en twee restaurants, een leuk kerkje, en ook nog een rots met een petroglief. Wel van elders verplaatst, omdat ie afsleet door o.a. tractoren die eroverheen reden, maar toch. 





Op de pier van Raxo is het Feria del Marisco. Daar gaan we maar eens naar toe, bovenover langs de camino dos cruceiros. Je kunt er allerlei zeevruchten krijgen. Het is er hardstikke druk. We eten mosselen en Arroz de marisco:




Uiteraard gaan we naar Pontevedra, de hoofdstad van de Rias Baixas. Op de eerste plaats omdat Pontevedra een ontzettend leuk stadje is, op de tweede plaats omdat het een leuk fietstochtje is door allerlei gehuchten en langs diverse strandjes. Zicht op het Isla Tambo, in het midden van de ria:


Het oude gedeelte van Pontevedra is prachtig, met de overblijfselen van het Gotische klooster van Santo Domingo, de enorme kerk van Santa Maria La Mayor, de kerk van de Virxe Peregrina (hier komen alle pelgrims hun stempel halen), en een enorm aantal sfeervolle straatjes en pleintjes, zoals het Plaza de la Ferreria, het Plaza del Verdura, het Plaza de Leña en het -oorspronkelijk Middeleeuwse- Plaza de Teucro dat omgeven is door statige huizen. Hier lunchen we op een adresje waar we al eerder waren. 
 

zijdeur Santa Maria La Mayor

Pazo de Mugartegui

Plaza de Teucro

Combarro heeft aan de zeekant visserswoningen, met talloze hórreos (graanschuurtjes op palen), een straat erachter liggen de woningen van de boeren, met balkons en arcades. Het is een ontzettend leuk plaatsje, maar hogelijk toeristisch. De keren dat we er waren was het laagseizoen, dus heel erg rustig, en met de meeste souvenirwinkeltjes, uitspanningen en restaurantjes gesloten, nu is alles open, en is het ook aan het eind van de dag nog aardig druk. 



Een paar mijl naar het westen ligt Agra, met een heel fijn ankerbaaitje. Zoals te doen gebruikelijk komen hier overdag allerlei zeil- en motorboten, ’s nachts lig je er met hooguit een boot of drie. Na twee nachten vragen vissers ons vriendelijk of we een stukje op willen schuiven: ze willen meer ruimte om hun netten uit te gooien. Dan dus maar anker op, en een nieuw plekje zoeken. 
Als we de wandeling gaan maken naar het kerkje van Dorrón, en vandaar naar het kerkje van Bordons, ontdekken we dat er een gloednieuw, geasfalteerd pad ligt langs het riviertje de Dorrón. Makkelijk lopen, maar na 3,5 km houdt het wel opeens op. Op de terugweg een muiñada, een feest bij een molen, waar, bij muziek en dans, vooral aan lange tafels gegeten wordt van de ter plekke klaargemaakte vleesjes en worstjes. 
pad langs de Dorrón

muiñada

kerkje van Bordons


We lopen met Padre Sarmiento via de landtong naar Areas aan de andere kant, en ontdekken strandjes en duintjes die we nooit eerder gezien hebben.


  

Aan de overkant van de ria ankeren we in Bueu. Al is er geen hond (want het regent), van de strandwachten mogen we niet vlakbij op het strand landen, maar moeten we naar de ladder bij de pier waar de ferries aankomen. Nou ja, voor één dagje mogen we dan uiteindelijk de dinghy laten liggen. Museo Massó, in de oude conservenfabriek van Massó Hermanos, blijkt ontzettend mooi: naast het deel gewijd aan de conservenindustrie, is er een grote, maritieme afdeling gewijd aan astronomie, geografie en scheepsbouw. Er liggen veel prachtige oude boeken en kaarten, waaronder incunabelen, gedrukt in de beginjaren van de boekdrukkunst, tweede helft 15e eeuw. Op het plein buiten staat nog de schoorsteen van de oude fabriek.Een dag later wandelen we via Beluso binnendoor richting Cabo Udra. Een heel leuk gebiedje, met prachtige, rustige strandjes. Met behulp van Wikiloc vinden we de route naar de Muiños van de Rio Frade. Het is een tamelijk avontuurlijke en ruige tocht langs een heleboel -deels gerestaureerde- watermolens. Prachtig!







Vlakbij Bueu ligt de Ria de Aldan. Maar we maken er een tochtje van 16 mijl van, naar het noorden richting het Isla de Ons, en dan terug naar het zuiden de ria in. Vooral het laatste stuk is het heerlijk zeilen. Het is er, zoals gewoonlijk, druk met ankeraars. ’s Avonds krijgen we een appje: onze Portugese vrienden Antonio en Jacintha, met hun dochters Mathilda en Margarida, blijken vlak na ons aangekomen te zijn en hebben ons tot hun verrassing gespot. De volgende dag regent het, maar we pakken ’s middags de dinghy en varen even langs om goedendag te zeggen. Uiteindelijk ontkomen we er niet aan om aan te schuiven bij de lunch, al hebben we net de boterhammen op. Met een glaasje wijn erbij is het heel gezellig. Later aan de wal klaart het toch nog op, en is het gigantisch broeierig. Ook woensdag regent het in de ochtend. Maar zoals altijd klaart het 's middags weer helemaal op. Ook hier lopen we een molenroute. Aan het begin is het vrij druk, want daar kom je langs het "castillo encantado", het betoverde kasteel.

Deze tocht gaat over prachtige, vrij makkelijk begaanbare paden. In het bos een honderdjarige eucalyptusboom, en prachtige paddestoelen. 





Terugvaren naar de boot valt niet mee. We hadden al gerekend op harde wind tegen, en de regenjassen meegenomen, maar het is een heel eind varen, en we krijgen flink wat golven over. 
Na Aldan gaan we de Ria de Vigo invaren, waar onze "thuis"haven is.  Daarover in een volgende post.

dinsdag 25 juli 2023

En weer verder

Pobra de Caramiñal heeft een fijne ankerbaai. Ook handig is dat je er met je bijboot naar een steiger achter in de haven kan. Er komt een blusvliegtuig over dat als oefening vlak bij ons water schept, een rondje draait, en het water ook weer uitspuwt. Tamelijk spectaculair.
Het stadje zelf is levendig, en heeft een kleine, maar mooie historische kern. De kerk staat in de steigers, maar is toevallig open, vanwege een begrafenis. De koster wijst ons trots een prachtige nis met in steen uitgehakte sculpturen.

Het binnenland tussen de ria de Muros en deze ria heet de Barraña. De hoogste bergtoppen zijn er rond de 600 meter. Vanuit Pobra kun je een aantal mooie, maar zware tochten omhoog maken. De meeste zijn wel rond de 20 km. lang. Dat vinden we wat veel. Maar met behulp van Komoot maken we zelf een route naar A Curotiña, een miradoiro oftwel uitzichtspunt. Het blijkt een zware klim. Over paadjes met losliggende rotsjes gaat het continu omhoog tot zo'n 500 meter. Dan wel prachtige uitzichten natuurlijk.



Er komt hier in Pobra een fiesta aan, dat van de patroonheilige van de kerk, Carme do Castelo. Iedere ochtend worden er 21 zogenaamde palenquebommen afgevuurd. 's Avonds een sardiñada, een sardinefeest (het regent dus dat slaan we maar over), en muziek natuurlijk. Het eerste festival begint om 23.30!! uur. We houden ons hart vast, maar gelukkig valt het qua geluidsniveau mee. Het folkfestival van de avond erna geeft meer overlast. Overdag in de stad overal rondtrekkende gezelschappen die doedelzakmuziek spelen, dansen en zingen. In het park een klassiek concert. 

In de middag fietsen we een prachtig tochtje langs vele kleine strandjes naar Palmeira. 

Van Pobra varen we op San Vicente do Mar op het schiereiland van O'Grove. Onderweg weer heel veel dolfijnen. Een stuk of vijf zwemmen precies voor de boeg met de boot mee. Het blijft een geweldig gezicht.
Het schiereiland van O'Grove ligt aan de noordkant in de Ria de Arousa. We ankeren bij San Vicente, aan de zuidkant, in het gebied dat Piedras Negras heet. Een fantastische plek, vooral omdat je een enorm wijd uitzicht hebt naar het zuiden, waar o.a. het eiland Ons ligt. 


San Vicente do Mar is wat meer toeristisch, met campings, vakantieverblijven, de nodige chiringuitos (strandtenten) en het enorme strand bij A Lanzada, maar dan nog is het totaal niet hectisch.
Aan de zuidwest kant loopt vanaf Punta Miranda een prachtig pad over houten plankieren, langs kleine strandjes en vooral imposante rotspartijen met allerlei interessante en grappige vormen.




Naar O'Grove zelf -met ook wat meer toerisme- is een leuk tochtje. Op de kleine weggetjes langs de kust naar Porto Meloxo is het soms meer lopen dan fietsen vanwege de rotspartijen, maar zo zie je nog eens wat. Een droogvallende baai met een bruggetje erover, een paard dat in het water rondstapt. een groep kanoers. 


Het groene gedeelte op de kaart hierboven is het zogenaamde Complexo Intermareal Umia-O'Grove, ook wel de Ensenada de Vao genoemd. Het is een beschermd gebied vanwege de vele vogelsoorten die hier komen. We proberen er een stuk langs te fietsen via het pad van Padre Sarmiento, een variant van de Camino de Santiago. Aan het begin spotten we direct al lepelaars. Het is er nu, met laagwater, prachtig. Er staan op de kant de nodige "teilleiras", oude steenfabrieken. 





Na alle activiteiten is het heerlijk zwemmen vanaf de boot. Afspoelen met de in de kuip geïnstalleerde douche en we zijn weer helemaal fris. Wel varieert de temperatuur van het water behoorlijk, afhankelijk van hoe ver het water van de Atlantische oceaan op de betreffende plek kan doordringen.
Al zwemmend  inspecteert Lei meestal de koker waar de boegschroef in zit. Die zat namelijk toen de boot op de kant ging compleet vol met allerlei schelpdieren. Eén keer steekt ie zijn hand erin en trekt hem schielijk weer terug. Au, gebeten, door een nog levend krabbetje!

Het plan is om van San Vicente do Mar de Ria de Pontevedra in te varen. Met als eerste doel Combarro, in de kop van de ria. Wordt dus vervolgd.