zaterdag 1 juli 2017

Zuid-Bretagne

Het hart van Concarneau is de oude vestingstad, uit de 15e/16e eeuw. Prachtig geconserveerd, maar ook wel behoorlijk toeristisch. Misschien nog wel indrukwekkender  is het kerkje in Locmaria-al-Hent dat we de volgende dag al fietsend door de binnenlanden tegenkomen. Uit de 16e eeuw, met een lemen vloer en prachtige oude beelden. We krijgen de sleutel van de mensen ertegenover. Langs deze Voie Verte (een oude spoorweg) is het trouwens overal erg mooi: kleine gehuchten met mooie huizen en boerderijen, glooiend land met weides en tarwevelden, en overal prachtige bomen (vooral veel kastanjes) en bloemen.

’s Zondags varen we door naar Lorient met weinig wind maar prachtig weer,  en zetten zo waar de Code Zero op (lichtweerzeil van 100 m2). Dan weten we ook weer hoe dat moet! Lorient Harbour is de oude Port de Commerce, en ligt midden in de stad, die duidelijk erg geleden heeft onder de oorlog: weinig tot niets aan oude gebouwen te vinden. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat hier Duitse onderzeeboten werden gebouwd en opgeslagen in hangars. Vreemd genoeg zijn die niet geraakt, en we bezoeken ze. Dat hele gebied, ook de oude hangars, barst nu van de maritieme activiteiten. Snelle oceaanzeilers liggen in de haven.

Port Louis, aan het begin van de Rade de Lorient, is ook heel erg de moeite waard het begin van de Rade de Lorient, is ook heel erg de moeite waard (fototoestel ergeten (-;). Een  citadel met bastions begin 17e eeuw gebouwd om de rede te verdedigen, en genoemd naar Lodewijk de 13e. In de citadel o.a. het museum van de Compagnie française de Indes Orientales, die hier in 1666 gevestigd werd. Vandaar de naam Lorient (het oosten). Heen fietsen we zo’n 2 uur om de hele rede heen, terug in 20 minuten met de ferry. Pont Scorff, de dag erna, lijkt eerst niet veel bijzonders, maar als we eenmaal het centrum gevonden hebben, blijkt het heel interessant, en vol met beeldengroepen en ateliers. Kennelijk een kunstenaarsdorp.

Vrijdag, als we met de trein naar Vannes zijn  (heel erg leuk!) , komt zowaar de nieuwe inverterkast voor de generator waar we op liggen te wachten.  En -hoera!- het lijkt nu allemaal goed te werken ;-). Nu ook de stormdepressie in de Golf van Biscaje op zijn einde lijkt, kunnen we verder.


vrijdag 23 juni 2017

Vive la France


We blijven uiteindelijk een week in Howth. Af en toe is het rustig, qua wind, maar meestal blaast het fors vanuit het zuiden met enorme uitschieters. Vrij onaangenaam zeilweer. Maar vrijdag's kunnen we met goed fatsoen naar Arklow, en besluiten we de volgende dag gelijk door te gaan naar Bretagne. Het had alleen niet veel gescheeld of we waren na vertrek onmiddellijk weer omgekeerd. Wind en stroom tegen, een vreselijke zee, we komen nauwelijks vooruit. Even rust, en dan, tussen de banken, nog meer gestamp en gebeuk. Maar we zetten door, en als we na Rosslare, in het zuid-oosten van Ierland, de zee opsteken wordt het beter. Zondagmorgen zitten we in het centrum van het hogedrukgebied dat er ligt. Warm, eerst geen wind. Een enorme school dolfijnen zwemt en speelt rond de boot. Soms duiken ze er gewoon onder.
flink grootzeil

 's Nachts langs de Scilly Islands, en dan een fantastische zeiltocht richting Frankrijk. Er is veel gerekend en gepuzzeld om de verschillende TSS'en (verkeersscheidingsstelsels: daar zit de grote scheepvaart, en die ben je verplicht haaks over te steken) te omzeilen, maar het pakt allemaal goed uit. Na 302 mijl en 55 uur zeilen maken we vast in Camaret-sur Mer, in de goulet de Brest.
Moe, maar voldaan.
mooi. hoor, als de zon opkomt 





Heel gek, om opeens in zo'n andere setting te   zijn. De de huizen zien er anders uit, er wordt een andere taal gesproken, de sfeer is anders, er wordt al best druk gezeild, én het weer is prachtig. Ook hier een hittegolf, maar aan en op het water is het heerlijk. We blijven een paar dagen en maken mooie fietstochten naar diverse kapen. Er liggen heel veel oude fortificaties, en monumenten die te maken hebben met de Battle of the Atlantique.
vergane vissersschepen in Camaret









Inmiddels zijn we, via de Raz de Sein en de Pointe de Penmarc'h aangekomen in Concarneau. een oud vestingstadje. Officieel zijn we nu in Zuid-Bretagne. Het weer is wel wat minder geworden, maar nog steeds heel behoorlijk. 

zondag 11 juni 2017

Mei 2017: terug in Ierland

Eind mei vliegen we terug naar Belfast om het zeilen weer op te pakken. Maar eerst nog een lijstje klussen afwerken: ankerlicht op de radarmast plaatsen, afstandbediening generator installeren, bakboordwatertank schoonmaken, nieuwe douchepomp monteren, onderwaterschip nog eens poetsen, roer vrijmaken van mosselen, kaarten aanschaffen en nog zo wat. Als we aankomen is het prachtig weer. Tussendoor fietsen we naar Dundonald en door de binnenlanden door naar Bangor. Terug langs Belfast Lough. Een erg leuk tochtje. Maar als het werk zo'n beetje gedaan is, wordt het weer erg onstandvastig en vooral erg onstuimig. Uiteindelijk varen we 7 juni naar Ardglass. Met een flink aantrekkende wind op de kop wordt het behoorlijk afzien.
Ardglass in het avondlicht
We blijven een dagje, samen met de mensen van de Mooie Nel, die we ook al in Belfast waren tegengekomen. Veel regen, veel wind. Vrijdags vertrekken we om vijf uur samen richting Howth, net boven Dublin. Ook nu geen goede wind, maar het weer is wel prima. Om 14.45 maken we na 57 mijl varen vast in de marina. Het zal hier wel even blijven worden, want er wordt voor een aantal dagen windkracht 7-8 voorspeld. En die wind komt er ook.
Howth 
pad over de kliffen
Maar Howth, een soort voorstad van Dublin voor de beter gesitueerden, blijkt ontzettend leuk. Voor de kust Ireland's Eye (een eiland). Onder aan de haven veel visactiviteiten en restaurantjes. Op de heuvel het historisch deel van Howth, heel authentiek. We wandelen er naar toe, en vandaar een 10 km lange tocht langs de kliffen, en door de binnenlanden. De dag erna op de fiets naar Dublin, 15 km. windkracht 7-8 tegen over een soort van afsluitdijk. Goed voor de conditie zullen we maar zeggen. Onderweg wel een gigantische "downpour" (stortbui). Was voorspeld!!

En  nu beslissen wat we gaan doen: voor de komende week wordt er weliswaar wat  minder wind voorspeld, maar wel continu uit de verkeerde hoek. Hier blijven, waar veel te doen is, of door naar Arklow, waar je redelijk saai ligt. Wordt vervolgd!

woensdag 3 augustus 2016

Rondje Ierland is rond

Benbane Head
Rathlin Island
En dan zijn we weer terug in Belfast! Eerst liggen we nog een nachtje in Portrush aan de steiger. Een echt vakantieplaatsje, met prachtige stranden. Alleen het strandweer ontbreekt (-;. De tocht naar Rathlin eiland voert langs Benbane Head en de Giant's causeway. 

Met een stevige wind achter zijn we er zo. Het afmeren gaat wat minder: het ligt er vrij vol, de kiel moet omhoog omdat het op de nog beschikbare plaats vrij ondiep is, en zo bepaalt vooral de wind waar we heen gaan. Maar met wat hulp van de kant komen we toch waar we wezen willen. 
Rathlin is populair bij bootjesmensen, allereerst omdat het een prachtig eiland is, maar ook omdat er heel veel routes samenkomen. Naar (Noord-)Ierland én naar Schotland.
We maken de volgende dag nog een flinke wandeling,  naar de vuurtorens en langs de kliffen, eerst in de regen, later in heel aardig weer. Er heerst complete rust, je hoort er niks. Hooguit een paar blatende schapen.

En dan nog  54 mijl naar Belfast. Het stroomt als een gek rond Rathlin, dus je moet met slack weg. Om 13.00 dus. Dat heeft iedereen kennelijk uitgerekend, want de haven stroomt zo ongeveer leeg.  Het gaat als een speer: flinke wind van achter (en ook nog heel mooi weer), de stroom op het Nort Channel mee, dus om 20.30 zijn we in Abercorn Basin, de stadshaven van Belfast.
Victoria Channel, Belfast Lough
City Hall Belfast
En dan hebben we Ierland dus gerond. 949 mijl gevaren, met het stuk vanuit Greenock meegerekend 1059.


En hoe was het?
 -  prachtige natuur, heel ruig, vooral in het westen
- leuke steden ter afwisseling, vooral Dublin, Galway en Derry. En Belfast natuurlijk.
- veel onrustige zeeën, vooral rond de kapen, en zelfs bij niet al te onstuimig weer
- vanwege weer en wind moeten er keuze gemaakt worden, zodat je niet alles wat je zou willen zien kunt zien
- aan de westkust nauwelijks zeilers, maar ook heel weinig voorzieningen; daar moet je ook vaak flinke afstanden overbruggen
- ontzettend aardige, behulpzame mensen, die nooit moeilijk doen en graag een praatje komen maken
- het weer was zeer Iers , maar warmer dan in Schotland: behalve de eerste twee weken en twee    dagen tussendoor heel onstabiel. Dus een voortdurende afwisseling van grijze luchten, opklaringen, buien, lichte en sterke winden. Ze zeggen hier niet voor niets: “If you don’t like the weather, wait 5  minutes”.


En nu wassen, poetsen, onderhoud plegen, winterklaar maken, en dan naar huis. Van de winter maar kijken wat we volgend jaar gaan doen!


woensdag 27 juli 2016

Terug in Ulster



Dit Mariabeeldje staat op de kade in Teelin (Donegal). Het is typisch voor Ierland: overal dit soort beeldjes, kapelletjes, Lourdesgrotten en heiligengroepen, ook in privétuinen. Verder zie je in de katholieke kerken binnenlopende gelovigen, bij toerbeurt hardop biddende vrouwengroepen en priesters in vol ornaat. Kortom, het katholieke geloof is in Ierland nog heel levend. Bij de Anglicaanse kerken tref je altijd hardwerkende vrijwilligers aan, bezig met de boel opknappen, gras snijden, opruimen en dergelijke. Heel actief, ook qua financiën, om de kerken in stand te houden.
In Teelin staat trouwens ook een monumentje voor de monniken die daarvandaan in de 5-e eeuw naar IJsland zijn vertrokken om het geloof te verspreiden.




Wij hebben onderweg naar Noord-Ierland weer het nodige meegemaakt: in Downings (Sheephaven) van de meerton geslagen vanwege een pick-uplijn die niet meer helemaal 100% bleek te zijn, in Portsalon (Loch Swilly) van een afstandje gekeken naar het op één na mooiste strand !! van Ierland (zeggen ze), rondom Malin Head gevaren - de beruchte, noordelijkste kaap in het meest winderige stukje Ierland - met windkracht 0, en binnen de betonning varend vastgelopen op Loch Foyle. Rond Malin Head was het hardstikke druk: maar liefst drie! boten gezien.

richting Malin Head
In Londonderry aan de steiger zijn we de enige passant. Op zich is dat niet zo raar, want de tocht over Loch Foyle is lang (zo’n 17 mijl), opletten geblazen en tamelijk saai qua omgeving. In elk geval hebben we na drie dagen weer vaste grond onder de voeten. De foto's zijn van de Peace Bridge, en van de muurschilderingen in Bogside, de katholieke wijk van Derry:










In grijs en zeer regenachtig weer varen we Loch Foyle weer uit, over het South Channel naar Portrush. Vandaar gaan we via Rathlin Island richting Belfast Lough koersen. Bijna rond!


woensdag 20 juli 2016

Naar het noorden

We zijn van plan drie dagen achter elkaar te varen om flink op te schieten naar het noorden. Zaterdags van Inishbofin naar het onbewoonde eiland Inishkea, dat midden op de route ligt. De eerste kaap die we moeten ronden is Achill Head.
Achill Head
In de boeken beschreven als een kaap waar je maar beter uit de buurt kunt blijven. Het is een gigantische steenklomp, die een onevenredige invloed op weer, wind en golven schijnt te hebben. We hebben een flinke portie wind, maar we komen er goed langs. In de baai van zuid Inishkea ankeren we. Helaas komt er door de sound tussen het noordelijke en zuidelijke deel van het eiland een flinke deining. We zijn hartstikke moe, maar van slapen komt helaas niet veel: je wordt continu heen en weer geslingerd.

Erris Head, de kaap die we de volgende dag ronden, is veel kleiner en lager, maar valt dan weer enorm tegen. Bij Eagle eiland, dat er voor ligt, hebben we zeeën van zo’n drie meter. Ze schijnen hier ooit een golf van 20! meter gemeten te hebben. Brrr. Dan zeilen we de hoek om, langs de kust van noord Mayo, en wordt het gaandeweg beter, tot we zo’n 10 mijl in de baai ongeveer vlak water hebben. Niet te geloven! Dat is een stuk lekkerder zeilen.
Deze kust biedt een imposant schouwspel van enorme, grillige rotsformaties, aan de kant, maar ook in zee: o.a. Benwee Head, The Stags, Buddagh en Downpatrick Head. Meer naar het oosten wordt het vlakker en meer pastoraal. We meren af aan een meerton in Kulcummin Pier. Dat kost enige moeite, want de lokale vissers hebben er visfuiken aan vastgemaakt. Maar na 7 uur varen liggen we weer vast.
aan een meerton in Kilcummin Pier
na het zeilen

Maandag gooien we weer bijtijds los om naar zuid Donegal te varen. De weersvooruitzichten beloven windkract 3 à 4 vanuit S/SW tot S/SE. Het is schitterend weer. Maar, zoals Johan Cruijff zaliger altijd zei: Ieder voordeel heb z’n nadeel”: weinig tot geen wind dus. Maar we liggen prachtig in Teelin Pier, en fietsen c.q. wandelen dinsdags Slieve League op, de op één na hoogste klif van Ierland (zo’n 600 m.). In de  bloedhitte, dat wel. 
uitzicht vanaf Teelin Pier
op Slieve League
Op woensdag is alles weer bij het oude qua weer. ’s Morgens bij vertrek regen, maar gaandeweg toch een heel aardige dag. En een geweldige zeildag. Langs de kliffen van roze graniet omhoog naar Bloody Foreland, langs Horn Head, en Sheephaven Bay in. We klokken 64 mijl in 10,5 uur.

vrijdag 15 juli 2016

Inishbofin "Het eiland van de witte koe"


Op dinsdag varen we naar Inishbofin. Onderweg lopen we het zeilschip Red Roo voorbij dat we al eerder in Galway en Clifden zagen. 's Avonds drinken we een pint met de eigenaren, Phil en Maree uit Australië, die al een jaar in Europa onderweg zijn. We maken foto's van elkaar als we langsvaren:


Als je de haven van Inishbofin binnenvaart kom je langs de ruïnes van Cromwell's barracks, halverwege de 17e eeuw gebouwd. Er hebben katholieke priesters, beschuldigd van hoogverraad, gevangen gezeten. We willen er naar toe, maar lopen ons vast. De barakken blijken op een eiland te liggen, en je kunt de kloof  alleen met laagwater oversteken. Jammer dan! Vanuit onze ligplaats heb je er ook mooi zicht op.


Dit eiland (en ook het vasteland ten oosten) is een van de 8 gebieden van de zogenaamde Gaeltacht, waar het Gaelic nog gesproken wordt, en de Ierse cultuur nog zeer levend is. Vrijwel overal trekken bandjes die Ierse muziek spelen 's avonds langs de pubs. Héééél gezellig!!

Op het eiland zijn drie "looped walks" waarvan we er twee maken. Prachtig en ruig, maar Inishmore was als eiland specialer. Wel prachtige uitzichten, en in het grasland tussen de rotsen enorm veel bloemetjes. Heel Ierland staat trouwens vol met prachtig bloeiende wilde planten en plantjes. Een orchidee is hier niets bijzonders.


Donderdagmiddag regent het serieus, en zijn er weer windwaarschuwingen voor 2 dagen. We blijven dus maar lekker liggen naast de vrachtveerboot waar we aangemeerd liggen, al moet die vrijdagmorgen wel een paar uur weg. Maar niemand doet hier moeilijk. We maken gewoon los en leggen bij terugkomst weer vast, we mogen gebruik maken van de generator van de ferry, en van havengelden hebben ze hier nog nooit gehoord. We maken praatjes met een heleboel mensen, o.a met Andrew, hoteleigenaar, een soort havenmeester én zanger, die hier de boel een beetje geregeld probeert te krijgen. Een soort burgemeester van Inishbofin.

Het plan is om zaterdag naar Inishkea te gaan, een onbewoond eiland zo'n 40 mijl noordelijker. Is ons aanbevolen door een Ier uit Galway. Maar we moeten daar ankeren, dus willen dan wel acceptabele windsterktes hebben. Vrijdagavond lijkt het, als we terugkomen van het restaurant van Andrew's hotel (heerlijk eten). wat rustiger te worden.

Wordt vervolgd.