zondag 25 juni 2023

De baai van Finisterre


10 juni: Met een rif zeilen we de Ria de Vigo uit, dan op een ruimere koers achter het eiland Ons langs de Ria de Arousa in. Langs het Isla Rhua met de kerk erop tot Pobra de Caraminal waar we het anker uitgooien.

De volgende dag gaan we door het Canal de Sagres naar buiten. Dat blijft spannend. Op zich is het kanaal vanaf deze kant goed gemarkeerd, maar je hebt toch het gevoel dat vlakbij de rotsen oprijzen.





We passeren de vuurtoren van Corrubedo, en zeilen dan de baai van Finisterre in.

vuurtoren van Corrubedo


In de vissershaven blijkt een steiger te zijn waar je gratis kunt liggen. Verder geen faciliteiten, alleen water.


In het dorp uiteraard een heleboel pelgrims. Als we naar de vuurtoren lopen waar Finis Terrae echt is (al is het niet het meest westelijke punt van Spanje), is het megadruk, ook met schoolklassen, auto's en bussen. Toch is het een bijzondere plek. 



Terug lopen we veel leuker door de binnenlanden, en komen geen mens meer tegen.

Een prachtige, maar zware fietstocht brengt ons langs het praia de Rostro naar Lires, waar de rivier met de zelfde naam in zee uitkomt. Een dag later langs het praia de Langosteira naar Concurbión waar we de volgende dag naar toe verkassen.

duintjes bij praia de Rostro
praia de Lires, en de Rio Lires


de baai van Finisterre, met rechts (het rode driehoekje onze ankerplek in Corcurbión,


Concurbión is een authentiek dorpje met zowel grote landhuizen -met de typisch Galicische veranda's- als kleine visserswoningen. We zijn de enige zeilboot, en het is er allemaal superrustig. We maken twee mooie wandelingen. Opvallend is de enorme verscheidenheid aan bloemetjes in alle kleuren van de regenboog: monnikskap, slangenkruid, kaasjeskruid, kogelbloemen, klokjesbloemen, kamperfoelie, wilde rozen, allerlei soorten heide, anjelieren, gevlekt zonneroosje, enz. enz. In de duintjes achter het praia de Rostro zagen we zelfs bloeiend vlas. 
Zondag en maandag komt het met bakken uit de hemel, en kunnen we alleen 's middags even op pad. Met harde zuidenwind is het ook lastig om met de bijboot terug aan boord te komen. Als het dinsdag weer droog is geworden, fietsen we langs Cee, in het lochhead, naar de oostkant van de baai. Daar ligt Ézaro, met zijn watervallen. Vanaf het strand sla je links een weg in, en opeens bevindt je je in een compleet andere wereld: een rivier, rotsblokken en zicht op de Monte Pindo. De watervallen komen vrijwel in zee uit, en dat schijnt heel bijzonder te zijn. 













Steil omhoog lopen we nog naar het Mirador de Ézaro. Hellingen van rond de 17%, maar ook van 30%. Hier eindigt regelmatig de Vuelta. In 2012, staat op een paaltje, eindigden hier Rodriguez, Contador en Valverde als nummer 1, 2 en 3.


Ook vanuit Corcurbión fietsen we naar Lires. Helemaal door de binnenlanden. Aan de reacties van mensen die hier wonen merk je dat hier nooit iemand komt. 



Als je vanuit Lires de Camino de Santiago volgt kom je bij de oude brug over de Rio Pedro. Hier liggen nog oude, Romeinse stepping stones.
Het plan is om de volgende dag naar de eerste van de Rias Baixas, de Ria de Muros te zeilen. 
Wordt vervolgd.

vrijdag 9 juni 2023

Start zomer 2023

Zaterdag 13 mei reizen we weer af richting Vigo. Na ruim 1400 km is de eerste stop in La Puebla de Arganzón. Een erg leuk plaatsje, vlak bij de snelweg. Een prima kamer mét keukentje in een historisch gebouw. Zondag arriveren we in de middag in ons tweede "huis". Alles ziet er goed uit, maar er is genoeg te doen voor we kunnen vertrekken.

De lift-out staat voor vrijdag laat in de middag gepland. De romp ziet er goed uit, maar de schroef en de tunnel van de boegschroef zitten vol zeepokken, mossels e.d. Geen wonder dat het onderste deel het begeven heeft! Het is ruim twee dagen hard werken om de nieuwe onderkant van de boegschroef gemonteerd te krijgen, de schroef schoon te schuren, én om het onderwaterschip in de antifouling te zetten. Maandagmorgen vroeg gaan we namelijk weer terug het water in. Daarom blijft de kraan staan.



Het valt ons op dat er nogal wat boten die ooit aan de Volvo Ocean Race meegedaan hebben hier op de kant gaan. Nu hebben ze hier ook een bok die geschikt is voor de enorm diep stekende kiel van deze boten. 


Terug in het water gaan de zeilen en schoten erop. We maken een proeftochtje op een relatief rustige dag om te kijken of alles naar behoren werkt. Het waait hier namelijk al de hele tijd royaal uit het noorden. Alles lijkt te werken, maar we willen wel nog wat aan de schoten doen.

Eén van de grotere klussen is het maken van een wateraansluitpunt buiten in één van de kastjes. Afgelopen jaar hebben we namelijk na het zwemmen altijd buiten gedoucht, maar om het water achter in de kuip te krijgen moesten we nogal wat toeren uithalen. Om het aansluitpunt te maken moet de hele achterkajuit ontruimd worden. Een goede aanleiding om alle spullen die daar liggen uit te zoeken en op te ruimen! Lei moet zich wel in allerlei bochten wringen om het voor elkaar te krijgen, maar het resultaat mag er zijn!


Omdat aan de genua en stormfok nogal zware schoten zitten die het zeil naar beneden trekken, vooral als ze buitenom gevoerd worden, experimenteren we met allerlei lichtere lijnen die we nog aan boord hebben. Er moet sowieso een stuk af. Na het afbranden moet er een takeling op komen om het uiteinde af te werken. Genoeg instructieboeken aan boord, dus Lei klaart het klusje.


Zondagnacht horen we een jacht binnenlopen. Het blijkt de Silver Tip te zijn. Een jacht van het wat luxere soort, 34 meter lang, complete bemanning erop. Kun je charteren. Kost slechts zo'n slordige 45.000 euro. Per week welteverstaan.


Na twee weken prachtig weer met harde noordenwind draait de wind naar het west/zuidwesten. Dat betekent de aanvoer van meer wolken, soms mist, en ook wat regen. Maar die valt meestal 's nachts. Niettemin maken we een aantal heerlijke zeiltochten op de Ria de Vigo. Met stevige wind kruisen we op richting westen. Dan hebben we dat ook weer eens geoefend. Maar we zijn niet heel blij met hoe het grootzeil erbij staat. Na het nog eens nalezen van de handleiding van de Leisure Furl (giek waarom het grootzeil opgedraaid wordt), grootzeil naar beneden halen, lijntjes waarmee dat vast zit opnieuw bevestigen, inspectie van de mast en de schijven bovenin en het smeren van alles ziet het er bij de volgende proeftocht heel wat beter uit. En zo zijn we weer een paar dagen verder. Na nog wat kleine reparaties gaan we toch maar eens wat uitgebreidere fietstochten maken. Vanuit Vila Nova de Cerveira langs de Rio Minho naar Seixas. Een heel interessant plaatsje, dat vroeger vast belangrijk is geweest voor de visvangst. Prachtig zicht op de monding van de Minho.




Een dag later fietsen we over het Senda da Auga, hoog boven de ria, naar Redondela. Dit pad is tevens de Camino de Santiago, dus onderweg komen we heel wat pelgrims tegen. En ook ons wordt regelmatig "bon camino" gewenst. Het is warm, dat zijn we niet meer gewend. Voor het eind van de week staan (onweers)buien en harde wind op het programma, maar ook dat valt allemaal weer reuze mee. Al vallen er inderdaad wel wat pittige buien.

Zaterdag 10 juni gaan we de haven voor langere tijd verlaten. Het eerste doel is Finisterre, misschien met een tussenstop voor Isla da Sálvora.


maandag 3 oktober 2022

Ria de Arousa-Ria de Pontevedra en terug naar Ria de Vigo

In de krant lezen we dat in heel Spanje het weer onder invloed is van storm Daniëlle. Op sommige plaatsen vallen megagrote hagelstenen. Hier in Riveira hebben we drie dagen harde wind en regen. Gelukkig is het ‘s middags steeds droog, zodat we wat kunnen ondernemen. 

Pedra de Ra
Castro de Cidá






Over vlonders langs de kust naar Aguiño, en lopend over het megalithische park van San Roque, met een dolmen en petroglieven  naar Pedra de Rá, en het Castro de Cidá, beide laatste met een megamooi uitzicht op alle kusten rondom, waaronder die van Corrubedo. Helaas trekken er wolken over  zodat het uitzicht af en toe wat nevelig is.

rotstekening

Als het weer verbetert verkassen we naar een ankerplekje waar we eerder lagen, bij Punta  Luciás. Daar heb je een veel mooier uitzicht dan in de haven. 


De dagen erna fietsen we met heerlijk weer eerst naar Corrubedo, en dan naar het Parque Natural in de baai van Corrubedo, met twee lagunes, een wandelend duin en een schitterend strand waar haast niemand is. Het is qua fietsen wel een heftige tocht! Bij de vuurtoren van Corrubedo heb je prachtig zicht op de ruige zee, en op Finisterre in de verte. Hier aan de kust worden percebes verzameld, een schaaldier dat in Spanje een dure delicatesse is. Duur, omdat deze zogenaamde eendenmosselen zich hechten aan de rotsen waar de golven op beuken; de vissers moeten zich dus vastketenen om ze te kunnen oogsten. Een gevaarlijk klusje!




We vragen ankervergunning aan voor het Isla de Sálvora, één van de Islas Atlanticas de Galicia. Die krijgen we per kerende post. We liggen er prachtig voor het pazo dat ooit van de aristocratische familie was die het eiland bezat. 


Nu woont er niemand meer, maar er lopen wel vier parkopzichters rond. Als we via een steigertje aan land gaan, komt één van hen vertellen dat de wandelroute naar het verlaten dorp gesloten is. Dus wandelen we de andere route naar de vuurtoren. Het eiland is enorm ruig, een en al rots. Helaas draait ‘s nachts de  wind naar het noordoosten en trekt aan. Het is een enorm gebeuk en geklots van de golven op de boot, en we doen nauwelijks een oog dicht. Dan maar door naar San Vicente do Mar, op het schiereiland van O’Grove. Vanuit onze ankerplaats voor het strand heb je alle kanten op schitterend uitzicht, maar vooral op het Isla de Ons. Dat gaat, als alles meezit, onze volgende stop worden. San Vicente is met name een vakantieoord, met het megastrand La Lanzada, het echte dorp is San Vicente do Grove. Daar fietsen we doorheen op weg naar O’Grove zelf. Omdat vandaar de nodige veerboten naar de eilanden verrekken, is er het nodige te doen. Vanwege mijn verjaardag een luxe lunch met gefrituurde vis. En met albariño natuurlijk. Van daar kun je via een brug naar het chique eiland La Toja, voorheen een balnéario. Er wordt nog steeds zeep geproduceerd (thuis ontdekken we dat Lei scheerzeep van La Toja heeft; nooit opgevallen natuurlijk). En er staat een geheel met schelpen bedekte kapel. Voor de liefhebbers is er een prachtige golfcourse. 

parkje op La Toja

Capilla de las conchas ("schelpen")

Een dag erna proberen we meer langs de kust te fietsen. Gaat gigantisch op en neer, en vaak via wandelweggetjes, waar we ons door het mulle zand heen moeten werken. Het is wel ontzettend landelijk, met rustige strandjes tussendoor en prachtige kapen. Zoals Con do Negro. Wat een indrukwekkende rotspartijen, schitterend! 


De weersomstandigheden lijken een bezoek aan het Isla de Ons mogelijk te maken. Het is maar 5 mijl er naar toe vanaf San Vicente. We liggen er alleen voor het Praia de Melide. In tegenstelling tot de andere Islas Atlanticas is Ons bewoond. Er zijn zelfs twee restaurantjes. We wandelen eerst de noordroute van zo’n 8 km. Die gaat flink omhoog, en geeft prachtig zicht op de ruige westkust. Ook kom je vlak langs de vuurtoren.


praia de Melide

de vuurtoren van Ons

schildpadrots


De zuidroute is nog wat afwisselender. Bij een miradoiro heb je zicht op het eiland Onza, ten zuiden van Ons. Verderop is het Burato do Inferno, een met legendes omgeven gat in de rotsen waar onderin de zee binnenkomt. Het hele eiland is ontzettend leuk, en het ziet er allemaal heel verzorgd uit. 

burata do Inferno


De volgende dag, als we willen vertrekken, komt de bemanning van een Engelse boot die daar inmiddels ook ligt, vragen of ze ons doghouse mogen bekijken. Ze willen iets dergelijks op hun eigen boot laten bouwen. Dan op naar Portonovo, in de Ria de Pontevedra. Een lekker zeiltochtje. Het gaat volgens de voorspellingen hard waaien uit het noorden, en we ankeren dus in een beschutte baai aan de hoge wal, de Ensenada de Canelas. Maar het aan de kant gaan met de bijboot blijkt nog niet zo eenvoudig: we zijn flink beladen, o.a. met onze fietsen, en moeten door een flinke branding heen. Alles en iedereen zeiknat dus. Maar dat droogt vanzelf. Naar het noorden, richting San Vicente, bevindt zich op een rotsachtig uitsteeksel in zee de 12e eeuwse Ermida de Nosa Señora da Lanzada. Er komt net een bus aan met toeristen, maar die zijn redelijk snel weer vertrokken. Het is een prachtig kerkje, op een bijzonder plekje. Vlakbij ook nog een castro uit de 10e eeuw. 


Terug fietsen we nog naar de Cabo de Montalvo. De volgende dag gaan we daar vanuit onze ankerbaai wandelend naar toe. We volgen hier vaak, ook op de fiets voor zo ver dat gaat, de Ruta van Padre Sarmiento, een wandelroute langs de kust van in totaal 190 km dwars door Galicië. Deze padre liep hem in 1745 als een soort alternatieve camino de Santiago. Je komt zo in elk geval op prachtige plekjes ver weg van de gebaande paden. 



In de baai van Canelas worden we twee keer gecontroleerd op onze papieren, één keer door de kustwacht, en één keer door de douane. Wat een activiteit ineens. Maar goed, je ligt natuurlijk wel aan een buitengrens van Schengen.

Maandag de 26e verlaten we Portonovo. Om wat te oefenen zeilen we eerst een flink stuk aan de -zeer vlagerige- wind naar het noorden. Bij de kop van Ons maken we een stormrondje en keren om. Het gaat steeds harder waaien, en ook de golven zijn zich flink aan het opbouwen. Zo’n voordewindse koers is dan redelijk onstabiel. Voor Ciés pakken we het grootzeil in, en gaan we verder op de genua. Ook nu halen we nog snelheden van boven de 6.5 knoop. Zo stuiven we de Ria de Vigo in, en laten uiteindelijk voor Moaña, vlak tegenover Punta Lagoa, het anker vallen. Het idee is om hier de Ruta del Rio Fraga te lopen. Langs de route, van zo’n 10 km., liggen 30 min of meer gerestaureerde watermolens. Het blijkt een prachtig riviertje, en de omgeving is wildromantisch. Je stijgt tot zo’n 400 meter. In het bovenste stuk is de  bewegwijzering alleen wat minder, dus we hebben moeite om de lus terug te vinden. Maar dankzij Komoot, en een hulpvaardige jonge natuurvorser mét topografische kaart op zijn Ipad komt het goed. 



Voor woensdag en donderdag wordt regen voorspeld, dus we steken de ria over en meren af op ons vaste stekje in Punta Lagoa. Van daar uit maken we nog een tochtje tot aan de Ciés-eilanden. Het eerste stuk met slakkengang, zo’n 2,5 knopen, dan aan de wind met flinke gang tot Ciés, en op de terugweg halen we met halve wind meer dan 8 knopen snelheid. Daar houdt ie wel van, onze Kristoffel!

Daarna is het opruimen en winterklaar maken. Het is uitstekend weer, met weinig wind, dus de voorzeilen eraf halen is geen probleem. Het nieuwe huikje voor het grootzeil, in Turkije gemaakt, past prima. Het erop zetten kost wel de nodige uurtjes. De watertanks schoonmaken (Lei) is een rotklus, maar blijkt wel nodig.  En zo is er nog een rijtje klussen af te werken. ‘s Middags fietsen of wandelen we nog wat. 

Al met al hebben we niet heel veel gezeild, maar des te meer gefietst en gewandeld. Zo hebben we heel wat uithoeken van drie ria’s (Vigo, Pontevedra en Arousa) verkend. We hadden nog wel naar Finisterre gewild en de ria de Muros, maar in dat gebied waren rond deze tijd steeds de nodige aanvallen van orca’s. Er zijn heel wat boten met een beschadigd of geheel verdwenen roer de diverse havens binnengesleept. Hier staan er ook twee. Je weet niet wat je ziet! 

Op dit moment zijn er weer dagelijks ‘attacks’ (mag je van Orca Iberica niet zeggen, je moet het over ‘interactions’ hebben) meer naar het zuiden, tussen Sesimbra en Sines, en ook weer in de Straat van Gibraltar.

Voor ons is het nu einde vaarseizoen. Volgend jaar verder, we zien wel waar naar toe!